Uitspraak
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- het beroepschrift met producties, ingekomen ter griffie op 25 juni 2020;
- het procesdossier van de eerste aanleg, ingekomen ter griffie op 29 juni 2020;
- het verweerschrift, ingekomen ter griffie op 17 september 2020.
- het beroepschrift met het procesdossier van de eerste aanleg en producties, ingekomen ter griffie op 23 juni 2020;
- het verweerschrift inclusief incidenteel hoger beroep, ingekomen ter griffie op 16 september 2020;
- het verweerschrift in incidenteel hoger beroep, ingekomen ter griffie op 5 november 2020;
- een V-6 formulier met brief en producties 18 en 19 van de zijde van CTL, ingekomen ter griffie op 18 november 2020.
- de heer [medewerker 1] namens [de werkgever] , bijgestaan door mr. Sterk;
- mevrouw [medewerkster] namens CTL, bijgestaan door mr. Sterk.
tijdelijkeoplossing had gevraagd. In plaats daarvan heeft [de werkgever] een definitieve oplossing gepresenteerd. Immers, in plaats van het benutten van één of meer van de hiervoor beschreven mogelijkheden, waardoor [de werknemer] tijdelijk de zorg voor zijn echtgenote had kunnen continueren en die periode had kunnen benutten om een andere oplossing te zoeken althans daar over na te denken, heeft [de werkgever] op 28 december 2018 gevraagd de opzeggingsbrief te ondertekenen. Daarmee gaf [de werknemer] zijn ontslagbescherming en al zijn bij [de werkgever] opgebouwde rechten prijs. Het hof gaat er van uit dat de brief van 28 december 2018 (zie het citaat in 3.3.4) niet door [de werknemer] is opgesteld maar door [de werkgever] . Dat is zonneklaar, omdat ondenkbaar is dat [de werknemer] , die Duitstalig is,:
“ [de werknemer] (…) [woonplaats] ” > “ [vestigingsplaats] , 28 Dezember 2018”);
“Betrifft: Entlassungversuch”> Betreft: ontslagpoging);
“Vertrauen en verbleibe”)
.