Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer 6355934 \ CV EXPL 17-7819)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- de memorie van grieven;
- de memorie van antwoord met één productie.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
De huurder [appellant] huurde sinds 2005 een bovenwoning van Stichting Wonen Limburg. De stichting vorderde ontbinding van de huurovereenkomst wegens langdurige geluidsoverlast aan omwonenden, veroorzaakt door de huurder en zijn bezoekers.
In eerste aanleg wees de kantonrechter de vordering toe. In hoger beroep voerde de huurder diverse grieven aan, waaronder betwisting van de feiten en het belang van zijn woonbelang. Het hof stelde vast dat er voldoende en geconcretiseerde klachten waren over geluidsoverlast, waaronder knallende deuren, geschreeuw en gestommel, ook tijdens nachtrust.
De huurder had meerdere malen alternatieve woningen aangeboden gekregen, maar deze geweigerd. Ondanks begeleiding en gesprekken met zorgverleners bleef de overlast voortduren. Het hof oordeelde dat de stichting als verhuurder verplicht is op te treden tegen overlast en dat de belangen van de omwonenden en de verhuurder zwaarder wegen dan het woonbelang van de huurder.
Het hof bekrachtigde het vonnis van de kantonrechter en veroordeelde de huurder in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de ontbinding van de huurovereenkomst wegens langdurige geluidsoverlast en veroordeelt de huurder in de kosten.