ECLI:NL:GHSHE:2020:586
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing vordering wegens kennelijk onredelijk ontslag op bedrijfseconomische gronden
Appellant was sinds 1979 in dienst bij geïntimeerde als loodgieter met een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. De arbeidsovereenkomst werd wegens bedrijfseconomische redenen opgezegd per 1 december 2015, na toestemming van het UWV. Appellant vorderde schadevergoeding wegens kennelijk onredelijk ontslag, stellende dat het ontslag op een valse reden was gebaseerd en de gevolgen voor hem te ernstig waren.
De kantonrechter wees de vorderingen af omdat appellant onvoldoende feiten had gesteld om kennelijk onredelijk ontslag aan te nemen. Het hof bevestigt dit oordeel en overweegt dat de bedrijfseconomische redenen door geïntimeerde voldoende zijn onderbouwd en door het UWV zijn geaccepteerd. Appellant heeft onvoldoende gemotiveerd betwist dat het loodgietersbedrijf werd beëindigd en dat er geen passende voorzieningen waren.
Verder oordeelt het hof dat appellant onvoldoende inspanningen heeft verricht om ander passend werk te vinden en dat zijn medische situatie niet aantoonbaar belemmerend was. De stuiting van de verjaring door brieven van rechtsbijstand is rechtsgeldig. De grieven van appellant falen, het vonnis van de kantonrechter wordt bekrachtigd en appellant wordt veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter en wijst de vorderingen van appellant af wegens onvoldoende onderbouwing van kennelijk onredelijk ontslag.