Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaaknummer 6364356 \ CV EXPL 17-7525)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- de memorie van grieven;
- de memorie van antwoord, tevens memorie van grieven in incidenteel hoger beroep, met acht producties;
- de memorie van antwoord in incidenteel hoger beroep.
3.De beoordeling
- Bij huurovereenkomst van 22 november 2010 heeft Wonen Zuid de woning aan de [adres 1] te [plaats 1] met ingang van 25 november 2010 verhuurd. Als huurster is in de huurovereenkomst genoemd mw. [de betrokkene] .
- Voorafgaand aan het sluiten van de huurovereenkomst heeft de kandidaat-huurster zich bij Wonen Zuid gelegitimeerd met de identiteitskaart van [de betrokkene] .
- Bij ingang van de huur bedroeg de netto huurprijs € 495,41 per maand, en het voorschotbedrag met betrekking tot servicekosten € 19,-- per maand. De totale maandelijkse betalingsverplichting bedroeg dus € 514,41 per maand.
- Al kort na het aangaan van de huurovereenkomst is een huurachterstand ontstaan. De huurachterstand was begin juli 2011 opgelopen tot € 2.352,41.
- Wonen Zuid heeft ter zake de huurachterstand begin 2011 meerdere brieven, gericht aan [de betrokkene] op het adres van het gehuurde, verzonden.
- De door Wonen Zuid ingeschakelde deurwaarder heeft ter zake de huurachterstand sommaties van 29 april 2011 en 16 mei 2011, gericht aan [de betrokkene] op het adres van het gehuurde, verzonden.
- € 2.352,41 ter zake huurachterstand over de periode tot en met juli 2011, vermeerderd met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf de dag van de inleidende dagvaarding;
- € 357,-- ter zake buitengerechtelijke kosten;
- € 519,35 per maand over de periode vanaf 1 augustus 2011 tot aan het tijdstip van de ontruiming;
- Wonen Zuid heeft het verstekvonnis op 9 augustus 2011 aan [de betrokkene] laten betekenen, en haar daarbij bevel gedaan om de woning binnen vier weken te ontruimen en om binnen twee dagen over te gaan tot betaling van, kort gezegd, de op grond van het verstekvonnis verschuldigde bedragen. De betekening heeft niet in persoon plaatsgevonden maar door achterlating van het exploot in een gesloten envelop op het adres van het gehuurde.
- Wonen Zuid heeft voorbereidingen getroffen om de woning op 7 september 2011 te laten ontruimen. Een ontruiming door de deurwaarder heeft uiteindelijk niet plaatsgevonden omdat de sleutels van het gehuurde op de ochtend van 7 september 2011 bij de deurwaarder zijn ingeleverd.
- Op 6 mei 2015 heeft de door Wonen Zuid ingeschakelde deurwaarder zich begeven naar de woning aan de [adres 2] te [plaats 1] , waar [de betrokkene] destijds stond ingeschreven, teneinde over te gaan tot executoriaal beslag op roerende zaken ter uitvoering van het verstekvonnis van 27 juli 2011. In het door de deurwaarder hiervan opgemaakte proces-verbaal staat onder meer het volgende:
- Bij beschikking van de kantonrechter van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht, van 26 juli 2017, zijn de goederen die (zullen) toebehoren aan [de betrokkene] met ingang van 1 augustus 2017 onder bewind gesteld, met benoeming van [appellante] tot bewindvoerder. Volgens het gestelde op blz. 1 van de beschikking is de beschikking genomen naar aanleiding van een verzoekschrift met bijlagen, dat bij de rechtbank is ingekomen op 29 mei 2017.
- Bij brief van 16 augustus 2017 heeft [appellante] aan de door Wonen Zuid ingeschakelde deurwaarder onder meer het volgende meegedeeld:
- een opgave van de huidige schuld(en)
- de datum van het ontstaan van deze schuld(en)
- het rechterlijk vermoeden dat [de betrokkene] niet tijdig verzet heeft ingesteld tegen het verstekvonnis van 27 juli 2011;
- het rechterlijk vermoeden dat [de betrokkene] wel de huurovereenkomst met Wonen Zuid heeft gesloten.
- alsnog vernietigen van het verstekvonnis van 27 juli 2011;
- alsnog afwijzen van de vorderingen van Wonen Zuid;
- a. in geval van gerechtelijke verkoop van goederen, na de verkoop;
- b. in geval van derdenbeslag op een vordering, na de uitbetaling aan de beslaglegger, of, indien dit beslag wordt gelegd op een vordering tot periodieke betalingen, na de eerste uitbetaling;
- c. in geval van tenuitvoerlegging van een veroordeling tot levering of afgifte van goederen die geen registergoederen zijn, nadat de levering of afgifte heeft plaatsgevonden;
- d. in geval van gedwongen ontruiming van onroerende zaken, nadat de ontruiming heeft plaatsgevonden.
- de op naam van [de betrokkene] gestelde huurovereenkomst;
- de kopie van het identiteitsbewijs van [de betrokkene] , welke kopie gemaakt is bij gelegenheid van het sluiten van de huurovereenkomst;
- de notities met diverse gegevens over [de betrokkene] , welke notities door een medewerker van Wonen Zuid zijn gemaakt bij gelegenheid van het aan het sluiten van de huurovereenkomst voorafgaande intakegesprek van 23 september 2010.
- een schriftelijke verklaring van [de medewerker van Wonen Zuid] , de medewerker van Wonen Zuid die het hiervoor genoemde intakegesprek van 23 september 2010 heeft gevoerd;
- een procesbeschrijving van Wonen Zuid uit 2011 waarin de gang van zaken bij het aangaan van een huurovereenkomst wordt omschreven;
- een ondertekend formulier met de datum 22 november 2010, waarop aan Wonen Zuid machtiging is verleend om de huur maandelijks af te schrijven van de bankrekening met nummer [bankrekeningnummer] (van welke bankrekening vervolgens, naar het hof begrijpt uit prod. 2 bij de inleidende dagvaarding van de verstekprocedure, daadwerkelijk huurbedragen zijn afgeschreven).