ECLI:NL:GHSHE:2020:1408
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte feitelijke leiding geven bij illegale afvalwaterlozingen bedrijf
In deze strafzaak stond de vraag centraal of verdachte feitelijke leiding had gegeven aan het door de rechtspersoon gepleegde illegale lozen van afvalwater op een wasplaats, in strijd met de vergunningvoorschriften.
Het hof stelde vast dat de rechtspersoon zich schuldig had gemaakt aan medeplegen van het strafbare feit, omdat een medewerker herhaaldelijk afvalwater loog op de wasplaats en een leidinggevende binnen het bedrijf hiervan op de hoogte was zonder in te grijpen. Dit gedrag werd toegerekend aan de rechtspersoon vanwege het ontbreken van adequaat toezicht en het aanvaarden van de gedraging.
Echter, het hof vond geen bewijs dat verdachte als directeur feitelijke leiding had gegeven aan deze verboden gedraging. Verdachte was verantwoordelijk voor strategisch beleid en parkmanagement, maar niet voor de dagelijkse aansturing. Er was geen aanwijzing dat hij op de hoogte was van de lozingen of dat hij bewust de aanmerkelijke kans had aanvaard dat deze zouden plaatsvinden.
De rechtbank bevestigde daarom de vrijspraak van verdachte voor het ten laste gelegde feit van feitelijke leiding geven, terwijl het medeplegen door de rechtspersoon werd vastgesteld. Verdachte had onvoldoende opzet en betrokkenheid voor strafrechtelijke aansprakelijkheid als feitelijk leidinggever.
De uitspraak benadrukt het onderscheid tussen strafbaarheid van de rechtspersoon en de individuele leidinggevenden, waarbij feitelijke leidinggeven een actieve, bewuste rol vereist die in dit geval niet kon worden bewezen.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van feitelijke leiding geven aan illegale afvalwaterlozingen door de rechtspersoon.