Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Transvision B.V.,gevestigd te [vestigingsplaats] ,
Transvision Franchiseorganisatie B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
Taxicentrale [vestigingsnaam] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
[personenvervoer] personenvervoer B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
1.Gemeente Middelburg,gevestigd te Middelburg,
Gemeente Veere,gevestigd te Veere,
Gemeente Vlissingen,gevestigd te Vlissingen,
4.[taxibedrijf] ,gevestigd te [vestigingsplaats] ,
5.Het verloop van de procedure
- het tussenarrest van 15 mei 2018 waarbij het hof een pleidooi heeft gelast;
- het pleidooi, waarbij Transvision en de gemeenten pleitnotities hebben overgelegd;
- de akte houdende vermindering van eis in incidenteel appel van [taxibedrijf] ;
- de bij brief van 22 november 2018 door [taxibedrijf] toegezonden producties.
6.De beoordeling
1.1. AanleidingIn december 2014 en januari 2015 hebben de Walcherse gemeenteraden ingestemd met de beleidsnotitie Doelgroepenvervoer op Walcheren en besloten aan te sluiten bij de Gemeentelijke Vervoercentrale Zeeland B.V. (GVC). De gemeenten Vlissingen, Veere en Middelburg zijn (mede) eigenaar van deze centrale. (...)De gemeenten Vlissingen, Veere en Middelburg willen via een aanbestedingsprocedure met één partner een meerjarige overeenkomst (2 jaar + 2x verlengoptie van 1 jaar) aangaan voor het beschikbaar stellen van bemande vervoermiddelen ten behoeve van het doelgroepen vervoer (zie paragraaf 2.1). Hiervoor is goede samenwerking met de GVC noodzakelijk.De regie wordt namelijk ondergebracht bij de eigen Gemeentelijke Vervoercentrale Zeeland. De GVC regelt dus de ritaanname, de planning, facturatie en de aansturing van de voertuigen van de vervoerder.(..…)Partnership is mensenwerk. Wij zijn ons bewust van de sleutelrol die de vaste contactpersoon van de opdrachtnemer (partner) speelt. Deze vaste contactpersoon noemen we een “sleutelfunctionaris”.
- - Kwaliteit dienstverlener € 3,75
“Vraag 3:Het gaat om ongelijksoortige vervoersstromen, nl. vraag-afhankelijk vervoer en route vervoer. Een bundeling van ongelijksoortige vervoersopdrachten is echter niet toegestaan, aldus de Commissie van Aanbestedingsexperts (Advies nr. 182). Vervoersstromen vertonen uitsluitend dan voldoende samenhang om deze in één opdracht te kunnen clusteren, indien de te vervoeren personen zowel tot de ene als de andere doelgroep behoren. Het gaat hier om vijf vervoersstromen. Is het niet nodig dat vijf vervoersopdrachten in individuele percelen worden aanbesteed?”Antwoord Vrijgegeven: 01-05-2015In art. 1.5 Aanbestedingswet is bepaald dat aanbestedende diensten opdrachten niet onnodig mogen samenvoegen. Op de markt wordt aanbesteed de onderhavige opdracht om tegen het daarvoor te offreren beschikbaarheidstarief bemande vervoermiddelen t. b. v. het doelgroepenvervoer beschikbaar te stellen. Het gaat dus om de inhuur van vervoermiddelen met chauffeur, waarvan de inzet vervolgens door de Gemeentelijke Vervoercentrale Zeeland BV (GVC) wordt gepland en aangestuurd. Het betreft hier geen opdracht om een vervoersstroom te verzorgen, laat staan een samenvoeging van verschillende opdrachten om de afhandeling van ongelijksoortige vervoersstromen te verzorgen. De opdracht is dus anders dan de opdrachten die aan de orde waren in advies 182, omdat daar de opdrachten voor vervoerders van verschillende doelgroepen werden aanbesteed.De opdrachten van de op Walcheren zetelende gemeenten zijn dezelfde. De drie Walcherse gemeenten hebben hun opdrachten samengevoegd omdat Walcheren één samenhangend vervoergebied is. Veruit de meeste vervoerbewegingen vinden nl. plaats binnen dit gebied. Via GVC is gewaarborgd dat de vervoerbewegingen op elkaar zijn afgestemd, zodat binnen dit gebied een efficiënte inzet van de ter beschikking gestelde voertuigen zeker is gesteld. Daarom is deze clustering nodig.”
primair:
subsidiair:
primair en subsidiair:
- in artikel 2.127 Aw dat de aanbestedende dienst een opschortende termijn van 20 kalenderdagen na het nemen van de gunningsbeslissing in acht moet nemen voordat hij de beoogde overeenkomst sluit;
- in artikel 2.130 Aw dat aan iedere betrokken inschrijver de relevante redenen voor de beslissing tot gunning moeten worden medegedeeld, waarbij onder de relevante redenen in ieder geval worden verstaan de kenmerken en de relatieve voordelen van de uitgekozen inschrijving alsmede de naam van de begunstigde;
- in artikel 2.131 Aw dat de aanbestedende dienst, in het geval een voorziening bij voorraad is verzocht, de beoogde overeenkomst niet mag sluiten nadat de rechter een beslissing heeft genomen over het verzoek tot voorlopige maatregelen en de opschortende termijn is verstreken;
- in artikel 4.15 Aw dat een op grond van een gunningsbeslissing gesloten overeenkomst vernietigbaar is, indien de aanbestedende dienst in strijd met de wet de termijnen bedoeld in de artikelen 2.127 lid 1 en 2.131 Aw niet in acht heeft genomen.
ofeen verzoek om een onmiddellijke voorziening met betrekking tot de gunningsbeslissing gedaan en daarop door de voorzieningenrechter (of het scheidsgerecht) in eerste aanleg afwijzend beslist, dan is de nadien tot stand gekomen overeenkomst alleen aan te tasten in de bijzondere gevallen genoemd in art. 4.15 lid 1 Aanbestedingswet 2012, waarvan in dat geval de grond die daar onder b wordt genoemd, niet meer aan de orde is, omdat die het geval betreft dat de termijn niet in acht is genomen dan wel de uitspraak van de rechter of het scheidsgerecht in eerste aanleg niet is afgewacht.
de marktconsultatie
de gebrekkig gemotiveerde gunningsbeslissing