Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
8.Het verloop van de procedure
- het tussenarrest van 16 mei 2017 waarbij de incidentele vordering van de curator ex artikel 235 Rv Pro is afgewezen en hij is veroordeeld in de kosten van het incident;
- de memorie van antwoord in incidenteel appel;
9.De verdere beoordeling
- Reaal met polisnummer [de Reaal-polis] (hierna: “de Reaal-polis”),
- Delta Lloyd met polisnummer [de Delta Lloyd-polis] (hierna: “de Delta Lloyd-polis”) en
- SEB met polisnummer [de SEB-polis] (hierna: “de SEB-polis”).
“Ik wil tot afkoop van de eerste polis overgaan. Ik neem aan dat u geen bezwaar daartegen heeft?”is door [geïntimeerde] geantwoord (cva, prod. 4):
Heb ik een keuze?Bij afkoop van [de Delta Lloyd-polis] zal de waarde tegen 52% belast worden en daarnaast extra belast met revisie rente (20% over de ingelegde premies), omdat hij niet gebruikt wordt voor het doel waarvoor hij is aangegaan (lijfrente uitkering).De waarde wordt dus vrijwel geheel wegbelast.Zijn er mogelijkheden om de polis in stand te houden?Bovenstaande geldt ook voor de lijfrente verzekering bij Reaal (polisnr [de Reaal-polis] )De levenslooprekening [E-levenslooprekening Delta Lloyd] bij Delta Lloyd is, gezien de opheffing van deze regeling, wel makkelijk afkoopbaar zonder extra (revisie) belasting.”
Geachte heer W.L.H. Janssens ,
nietkan worden afgekocht, vervreemd, prijsgegeven dan wel formeel of feitelijk tot voorwerp van zekerheid kan dienen. Blijkens de toelichting op de grieven komt [geïntimeerde] niet op tegen het oordeel van de rechtbank (rov. 4.2.3.) dat uit de voorwaarden van de Levenslooprekening blijkt dat over het saldo daarvan reeds kon worden beschikt voor het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd en reeds voor het eventuele eerdere overlijden van zijn partner of van hemzelf. Integendeel, in de toelichting op grief A in incidenteel appel (randnummer 155 van de memorie van [geïntimeerde] ) stelt [geïntimeerde] zelf dat de polisvoorwaarden de mogelijkheid geven dat hij op een ander moment (dan de pensioengerechtigde leeftijd) over het saldo van de Levenslooprekening kon beschikken. Dat brengt mee dat de Levenslooprekening niet voldoet aan één van de voorwaarden van artikel 1.7 eerste lid, onderdeel b, van de Wet IB, te weten dat de aanspraak niet afkoopbaar is. De Levenslooprekening is dus geen lijfrente in de zin van deze bepaling. Reeds daarom is dit vermogensbestanddeel niet op grond van artikel 21 onder Pro aanhef en onder 7 Fw buiten het faillissement gebleven.
kanworden aangewend, blijkens de tekst van het artikel wel een onderscheidend criterium. De omstandigheid dat [geïntimeerde] niet voornemens was om het saldo voor een ander doel dan voor zijn pensioen aan te wenden (zoals door hem gesteld) en de omstandigheid dat de Levenslooprekening qua doelstelling grote gelijkenis vertoont met andere financiële producten die wel onder de bepaling van artikel 21 aanhef Pro en onder 7 Fw jo. artikel 1.7, eerste lid, onderdeel b, van de Wet IB vallen, maakt dat niet anders. De wetgever heeft in genoemde bepalingen nauw omschreven welke aanspraken op een tegoed van een lijfrente, in afwijking van het beginsel dat de debiteur met geheel zijn vermogen in staat voor zijn schulden, buiten het faillissement vallen. De rechter past grote terughoudendheid om desondanks producten die niet onder die omschrijving vallen, wel buiten het faillissement te houden (HR 22 november 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE8474, NJ 2003, 32). De door [geïntimeerde] gestelde omstandigheden zijn onvoldoende om de Levenslooprekening in afwijking van de tekst van de wet buiten het faillissement te houden.
recht tot afkoopvan een levensverzekering respectievelijk het
recht tot wijzigingvan de begunstiging (voor zover de begunstigde of de verzekeringnemer daardoor onredelijk wordt benadeeld). In artikel 22a lid 2 Fw is bepaald dat voor een
overdrachtvan een levensverzekering de schriftelijke toestemming nodig is van de verzekeringnemer; slechts dan is de curator bevoegd tot overdracht. Het recht tot overdracht is niet een recht dat als zodanig (onder voorwaarden) buiten de boedel valt.