Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
3.Geschil, alsmede standpunten en conclusies van partijen
4.Gronden
5.Beslissing
- verklaart het hoger beroep ongegrond, en
- bevestigt de uitspraak van de Rechtbank.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen de uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant inzake de aanslag inkomstenbelasting 2015. Het geschil betreft de aftrekbaarheid van rente op restschulden na verkoop van de eigen woning in Nederland en de aftrek van specifieke zorgkosten.
Het Hof overweegt dat geen vertrouwen kan worden ontleend aan voorlopige aanslagen en dat de Inspecteur geen expliciet standpunt heeft ingenomen dat vertrouwen wekt. De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat de rente op een persoonlijke lening niet aftrekbaar is omdat niet aannemelijk is dat deze lening verband hield met de eigen woning.
Ook heeft belanghebbende onvoldoende bewijs geleverd dat rente is betaald op restschulden bij ABN AMRO en ING bank, waardoor aftrek niet toekomt. De Rechtbank heeft de aftrek van zorgkosten vastgesteld op €471, hetgeen het Hof bevestigt. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank bevestigd.