ECLI:NL:GHSHE:2019:3630
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling waarde loodsen bij staking onderneming in 2014
Belanghebbende staakte in 2014 zijn onderneming en bracht daarbij loodsen over van het ondernemingsvermogen naar zijn privévermogen. De kern van het geschil betrof de waardering van deze loodsen op het stakingsmoment. Belanghebbende stelde een waarde van € 15.500 voor, gebaseerd op een residuele grondwaardeberekening waarbij sloop als enige optie werd gezien. De Inspecteur stelde een waarde van € 38.000 vast, berekend via de huurwaardekapitalisatiemethode met als uitgangspunt het meest optimale gebruik als opslagruimte.
Het Hof oordeelde dat de loodsen op het stakingsmoment daadwerkelijk als opslagruimte werden gebruikt en dat het standpunt van belanghebbende over onbruikbaarheid en sloop niet aannemelijk was. De Inspecteur had rekening gehouden met de slechte staat van onderhoud en noodzakelijke reparaties, wat in de waardering was verwerkt. De jurisprudentie vereist dat de waarde wordt bepaald op basis van de prijs die een meestbiedende gegadigde zou betalen bij de beste voorbereiding en meest geschikte wijze van verkoop.
Het Hof concludeerde dat de Inspecteur de juiste methode en uitgangspunten hanteerde en dat de waarde van € 38.000 correct was vastgesteld. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank bevestigd. Daarnaast werd geen vergoeding van griffierecht of proceskosten aan belanghebbende toegekend.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de waarde van de loodsen vastgesteld op € 38.000.