Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.[geïntimeerde 1] ,
2. [geïntimeerde 2] ,
3. al degenen die verblijven in de gebouwde onroerende zaak of een gedeelte daarvan
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/01/338278 / KG ZA 18-542)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep met grief en producties;
- het tegen [geïntimeerde 1] , [geïntimeerde 2] en de anderen verleende verstek.
3.De beoordeling
- a. [appellant] is eigenaar van de woning aan de [adres] , te [adres] (hierna: de woning). Volgens de door [appellant] bij de inleidende dagvaarding overgelegde informatie uit het kadaster heeft hij de woning in 2003 gekocht voor € 126.000,--.
- b. [appellant] heeft een achterstand laten ontstaan in de betaling van de hypotheeklasten. In verband daarmee heeft de hypotheekhouder, ING Bank N.V. (hierna: de bank), maatregelen getroffen om tot een openbare verkoop van de woning te komen.
- c. Bij brief van 13 januari 2016 heeft [notarissen] Notarissen N.V. (hierna: de notaris) aan [appellant] onder meer meegedeeld dat de woning op donderdag 3 maart 2016 zal worden geveild.
- d. Op verzoek van de bank heeft de deurwaarder bij exploot van 21 januari 2016 de hypotheekakte aan [appellant] betekend en [appellant] aangezegd dat de bank zal overgaan tot openbare verkoop van de woning op 3 maart 2016 wegens het niet nakomen van de aan de hypotheek verbonden betalingsverplichtingen.
- e. Op 24 januari 2016 hebben [appellant] en zijn vrouw (tezamen aangeduid als “verkoper”) en [geïntimeerde 1] en [geïntimeerde 2] (tezamen aangeduid als “koper”) een onderhandse koopovereenkomst volgens een model van de Vereniging Eigen Huis ondertekend, waarbij een koopsom van € 140.000,00 voor de woning is bepaald. De genoemde partijen hebben alleen de laatste bladzijde van de overeenkomst ondertekend; de partijen hebben de andere pagina’s niet geparafeerd.
- f. Artikel 4 van Pro de koopovereenkomst heeft betrekking op de datum waarop de akte van levering zal worden gepasseerd. In het door [appellant] als productie 1 bij de inleidende dagvaarding overgelegde exemplaar van de koopovereenkomst is bij artikel 4 met Pro de hand ingevuld dat de akte van levering gepasseerd zal worden op 30 december 2016 (of zoveel eerder of later als partijen tezamen overeenkomen). In het door [geïntimeerde 1] en [geïntimeerde 2] als productie 8 in eerste aanleg overgelegde exemplaar van de koopovereenkomst is in artikel 4 geen Pro datum ingevuld. Ook bij enkele andere artikelen van de koopovereenkomst zijn in het door [appellant] overgelegde exemplaar gegevens ingevuld die in het door [geïntimeerde 1] en [geïntimeerde 2] overgelegde exemplaar ontbreken.
- g. [appellant] heeft [geïntimeerde 1] en [geïntimeerde 2] toegestaan om voorafgaand aan de eigendomsoverdracht van de woning al gebruik te gaan maken van de woning. In dat kader is tevens afgesproken dat [geïntimeerde 1] en [geïntimeerde 2] bepaalde hierna te vermelden betalingen zouden doen aan de bank.
- h. Bij e-mail van 16 februari 2016 heeft de toenmalige gemachtigde van [appellant] aan de bank onder meer het volgende meegedeeld:
- j. De openbare veiling van de woning op 3 maart 2016 heeft geen doorgang gevonden.
- k. Bij e-mail van 1 april 2016 heeft de bank onder meer het volgende aan [appellant] meegedeeld:
- l. [geïntimeerde 1] en [geïntimeerde 2] hebben de volgende bedragen aan de bank voldaan. Op 8 februari 2016 een bedrag van € 2.036,70. Op 25 februari 2016 een bedrag van € 3.000,00. Op 1 maart 2016, 4 april 2016, 2 mei 2016, 2juni 2016, 4 juli 2016, 3 augustus 2016 en 2 september 2016 hebben zij steeds € 450,00 voldaan. Vanaf 3 oktober 2016 hebben [geïntimeerde 1] en [geïntimeerde 2] maandelijks € 463,62 aan de bank betaald.
- m. Bij brief van 8 februari 2018 heeft de advocaat van [appellant] aan [geïntimeerde 1] en [geïntimeerde 2] onder meer het volgende meegedeeld:
- veroordeling van [geïntimeerde 1] , [geïntimeerde 2] en de anderen tot ontruiming van de woning, op straffe van verbeurte van een dwangsom;
- bepaling op de voet van artikel 557a lid 3 Rv dat de veroordeling tot ontruiming bij herkraak ten uitvoer kan worden gelegd tegen een ieder die zich in het pand bevindt of daar binnentreedt, en telkens wanneer zich dat voordoet;
- [geïntimeerde 1] en [geïntimeerde 2] hebben gemotiveerd verweer gevoerd en hun verweer voldoende aannemelijk gemaakt (rov. 4.3).
- [appellant] heeft gelet op het voorgaande niet aannemelijk gemaakt dat [geïntimeerde 1] en [geïntimeerde 2] zonder gebruiksrecht in de woning verblijven. Dit geldt eveneens voor de eventueel in de woning verblijvende derden. De vordering van [appellant] moet dus jegens alle gedaagden worden afgewezen.