Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
3.Geschil, alsmede standpunten en conclusies van partijen
4.Gronden
5.Beslissing
bevestigtde uitspraak van de Rechtbank.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Belanghebbende kreeg een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd van €61,90 wegens het ontbreken van een parkeerkaartje op 9 juni 2016. Na bezwaar en een ongegrond verklaard beroep bij de Rechtbank Limburg, stelde belanghebbende hoger beroep in bij het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch.
Het Hof stelde vast dat de naheffingsaanslag terecht en correct was opgelegd, waarbij de kosten van €60 en het parkeertarief van €1,90 samen het totaalbedrag vormden. De stelling van belanghebbende dat de aanslag onjuist was gespecificeerd, werd verworpen. Ook werd geoordeeld dat de motivering van de uitspraak op bezwaar voldoende was, en dat belanghebbende niet was benadeeld door de vermeende gebrekkige motivering.
Verder oordeelde het Hof dat belanghebbende geen recht had op een proceskostenvergoeding, omdat de Heffingsambtenaar niet onjuist had gehandeld door na de uitspraak op bezwaar de communicatie te beëindigen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank bevestigd met verbeterde gronden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de naheffingsaanslag van €61,90 bevestigd zonder proceskostenvergoeding.