Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer 6393684 CV EXPL 17-7783)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- het tegen [geïntimeerde] verleende verstek;
- de memorie van grieven.
3.De beoordeling
- de aflossingen op de hypothecaire geldlening (grief I);
- de kosten van de huishouding (grief II).
hofoverweegt als volgt. Het gaat in deze zaak om de vraag of [geïntimeerde] een vordering heeft op [appellante] vanwege door hem verrichte aflossingen (ter grootte van € 11.547,--) op de hypothecaire geldlening waartoe beide partijen (hoofdelijk) waren verbonden in de periode van 23 juni 2015 tot 29 juni 2017. Ter beantwoording van die vraag overweegt het hof als volgt.
hofstelt bij de beoordeling van de grief het volgende voorop.
(€ 400,-- + € 1.202,50) aan [geïntimeerde] is verschuldigd en zal het hof het bestreden vonnis vernietigen.