AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Vrijspraak van medeplegen en medeplichtigheid aan invoer van bijna 1700 kg cocaïne
De zaak betreft een hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Rotterdam, waarin verdachte was vrijgesproken van medeplegen en medeplichtigheid aan de invoer, voorbereiding en doorlevering van een grote partij cocaïne.
De officier van justitie vorderde in hoger beroep een gevangenisstraf van 54 maanden, maar het hof vernietigde het vonnis waarvan beroep vanwege wijziging van de tenlastelegging en deed opnieuw recht. Na onderzoek van het dossier en de zitting oordeelde het hof dat niet wettig en overtuigend bewezen kon worden dat verdachte opzettelijk betrokken was bij het binnenbrengen van de cocaïne.
Hoewel verdachte aanwezig was bij het lossen van de container en betrokken was bij activiteiten rondom de lading, ontbrak het bewijs dat hij wetenschap had van de aanwezigheid van cocaïne. Zijn verklaring over het verschil in gewicht van de dozen werd niet geheel ongeloofwaardig geacht. Daarom werd verdachte vrijgesproken van alle ten laste gelegde feiten.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van medeplegen en medeplichtigheid aan invoer van circa 1675 kg cocaïne wegens onvoldoende bewijs van opzet.
Uitspraak
Afdeling strafrecht
Parketnummer : 20-001974-15
Uitspraak : 29 oktober 2018
TEGENSPRAAK
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
's-Hertogenbosch
gewezen, na verwijzing van de zaak door de Hoge Raad op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Rotterdam, zitting houdende te Roermond, van 4 december 2009, parketnummer 10-602062-07 in de strafzaak tegen:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1982,
wonende te [woonplaats] , [adres] .
Verloop van de procedure
De verdachte is bij het hierboven genoemde vonnis van de meervoudige kamer voor strafzaken van de rechtbank Rotterdam, zitting houdende te Roermond, van 4 december 2009 vrijgesproken van het hem ten laste gelegde, kort gezegd de voortgezette handeling van het medeplegen van voorbereidingshandelingen van de invoer van cocaïne (feit 2), de daadwerkelijke invoer in Nederland van die cocaïne (feit 1) en vervolgens de doorlevering daarvan binnen Nederland (feit 3). De officier van justitie heeft tegen dit vonnis hoger beroep ingesteld.
Bij arrest van 23 april 2013 onder parketnummer 20-000222-10 heeft het gerechtshof
's-Gravenhage, nevenzittingsplaats 's-Hertogenbosch, het vonnis van de rechtbank vernietigd en de verdachte vrijgesproken van het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde. Tegen dit arrest is door de advocaat-generaal beroep in cassatie ingesteld.
Bij arrest van 9 juni 2015 (nr. S 13/04811) heeft de Hoge Raad het arrest van het hof vernietigd en de zaak verwezen naar dit hof, opdat de zaak in zoverre op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is – na verwijzing van de zaak door de Hoge Raad – gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het gerechtshof het vonnis van de rechtbank zal vernietigen, opnieuw rechtdoende het onder 1 primair, 2 en 3 ten laste gelegde bewezen zal verklaren en de verdachte zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 54 maanden met aftrek van voorarrest.
Namens de verdachte is integrale vrijspraak bepleit.
Vonnis waarvan beroep
Het beroepen vonnis zal worden vernietigd omdat in hoger beroep de tenlastelegging – en aldus de grondslag van het onderzoek – is gewijzigd.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is – na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in hoger beroep – ten laste gelegd dat:
1.
hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2007 tot en met 25 september 2007 te Rotterdam en/of Maastricht en/of Eindhoven en/of Roermond en/of Weert en/of Costa Rica en/of Panama en/of Colombia, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht ongeveer 1674,96 kilogram cocaïne, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij die wet behorende lijst I;
Subsidiair, althans indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] in of omstreeks de periode van 1 januari 2007 tot en met 25 september 2007 te Rotterdam en/of Maastricht en/of Eindhoven en/of Roermond en/of Weert en/of Costa Rica en/of Panama en/of Colombia, in elk geval in Nederland,
tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk binnen het
grondgebied van Nederland heeft/hebben gebracht ongeveer 1674,96 kilogram cocaïne, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij die wet behorende lijst 1;
bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte in of omstreeks
de periode van 1 januari 2007 tot en met 25 september 2007 te Rotterdam en/of Maastricht en/of Eindhoven en/of Roermond en/of Weert en/of Costa Rica en/of Panama en/of Colombia, in elk geval in Nederland,
opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft, door;
- af te reizen naar Costa Rica en/of
- in Costa Rica de container te laden met de lading met cocaïne en/of
- in een aantal dozen de voormelde hoeveelheid cocaïne te verstoppen en/of doen
verstoppen, en/of
- het vervoer van de verdovende middelen te organiseren, en/of
- een (dek)lading koffie in gestapelde dozen op pallets in een container naar Nederland te doen verschepen, en/of
- in Nederland voormelde container te helpen lossen, en/of
- alle pallets in de loods ( [adres] te Weert) te plaatsen en/of
- in de voormelde loods werkzaamheden te verrichten (onder meer) bestaande uit (een deel van) de lading uitpakken, en/of
- ( meermalen) (een) ontmoeting(en) te hebben met betrekking tot het opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland brengen en/of afleveren en/of vervoeren van voornoemde
ontvangen met betrekking tot de uitvoering van een of meer van dat/die te plegen
misdrijf/misdrijven;
2. hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 01 januari 2007 tot en met 19 september 2007 te Rotterdam en/of Maastricht en/of Eindhoven en/of Roermond en/of Weert en/of Costa Rica en/of Panama en/of Colombia, in elk in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, om een feit, bedoeld in het vierde of het vijfde lid van artikel 10 vanPro de Opiumwet, te weten het opzettelijk bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren en/of binnen het grondgebied van Nederland brengen van (ongeveer) 1674,96 kilogram cocaïne, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I voor te bereiden en/of te bevorderen,
- een of meer ander(en) heeft getracht te bewegen om dat/die feit(en) te plegen, te doen plegen, mede te plegen, uit te lokken en/of om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen, en/of
- zich en/of een ander of anderen gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat/die feit(en) heeft getracht te verschaffen, en/of
- voorwerpen en/of vervoermiddelen en/of stoffen en/of gelden en/of andere betaalmiddelen voorhanden heeft gehad, waarvan hij en/of zijn mededader(s) wist(en) of ernstige reden had(den) te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van het hierboven bedoelde feit,
immers heeft/hebben hij, verdachte, en/of een of meer mededader(s) tezamen en in vereniging met elkaar, althans ieder voor zich, toen en aldaar opzettelijk:
- een loods in Costa Rica gehuurd, en/of
- ( vervolgens) in een aantal dozen de voormelde hoeveelheid cocaïne verstopt en/of doen verstoppen, en/of
- ( vervolgens) het vervoer van de verdovende middelen georganiseerd, en/of
- ( vervolgens) een (dek)lading koffie in gestapelde dozen op pallets in een container naar Nederland doen verschepen, en/of
- ( vervolgens) in Nederland een loods en/of vorkheftruck gehuurd, en/of
- ( vervolgens) opdracht gegeven en/of doen geven de voormelde container naar een loods in Weert te doen vervoeren, en/of
- ( meermalen) (een) ontmoeting(en) gehad met betrekking tot het opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland brengen en/of afleveren en/of vervoeren van voornoemde verdovende middelen, en/of
- ( meermalen) (een) telefoongesprek(ken) gevoerd met betrekking tot het opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland brengen en/of afleveren en/of vervoeren van voornoemde verdovende middelen, en/of
- ( meermalen) (een) betaling(en) en/of overboeking(en) verricht en/of gedaan en/of ontvangen met betrekking tot de uitvoering van een of meer van die te plegen misdrijf/misdrijven;
3. hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 12 september 2007 tot en met 19 september 2007 te Rotterdam en/of Maastricht en/of Eindhoven en/of Roermond en/of Weert, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk ongeveer 1 kilogram cocaïne, in elk geval een hoeveelheid van het materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij die wet behorende lijst I heeft afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd althans voorhanden heeft gehad.
De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
Vrijspraak
Op grond van de inhoud van het strafdossier en het verhandelde ter terechtzitting acht het hof niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde heeft begaan. Bij dit oordeel heeft het hof, evenals de rechtbank. het volgende in aanmerking genomen. Er zijn in het strafdossier aanwijzingen dat verdachte bij de ten laste gelegde gedragingen betrokken is geweest. Immers, de verdachte was op 19 september 2007 aanwezig en behulpzaam bij het lossen van de container met cocaïne te Weert en heeft hiertoe een vorkheftruck gehuurd.
Bovendien was hij één van de inzittenden bij een taxirit – waarvan het verloop overigens op zijn minst als uiterst merkwaardig kan worden aangemerkt – waarbij de betrokkenen hebben gesproken over het aantreffen van hout en stenen in de zeecontainer. Verder komt de verdachte naar voren in tapgesprekken met medeverdachten die plaatsvinden voorafgaand aan de komst van de container en nadat de container is gelost en gaat hij mee naar Parijs om verantwoording af te leggen over het feit dat de container hout en stenen bevat. De inhoud van het strafdossier doet tevens vermoeden dat er door de verdachte (gericht) is gezocht naar verdovende middelen in de lading koffie, maar de verdachte heeft hierover een verklaring afgelegd die het hof niet (geheel) onaannemelijk voorkomt. Immers, de verklaring van de verdachte dat hij bij het van de pallet halen en opstapelen van de dozen een verschil in gewicht opmerkte, hetgeen hem aanleiding gaf de inhoud van de dozen aan een nader onderzoek te onderwerpen, strookt met hetgeen de politie tijdens het binnentreden van de loods op 19 september 2007 heeft aangetroffen. Bovendien volgt uit de voorhanden zijnde stukken dat de dozen waarin de pakketten met cocaïne werden aangetroffen, door de politie zijn aangevuld met hout en stenen totdat zij hun oorspronkelijke gewicht hadden bereikt. Het is dan denkbaar dat deze dozen een ander gewicht hadden dan de dozen waarin alleen zakken met koffie zaten.
Op grond van deze gedragingen kan naar het oordeel van het hof echter niet worden vastgesteld dat verdachte wetenschap (eventueel in de vorm van voorwaardelijk opzet) had van het feit dat zich in de betreffende zeecontainer naast de koffie een hoeveelheid cocaïne bevond. Uit de voorhanden zijnde stukken kan immers niet meer worden afgeleid dan dat de verdachte is ingezet voor het lossen van de betreffende container en dat hij bij de afwikkeling hiervan betrokken was.
Nu op grond van het onderzoek ter terechtzitting niet kan worden aangetoond dat de verdachte de opzet heeft gehad op het binnen Nederland brengen van een partij cocaïne, dient hij dan ook van de ten laste gelegde gedragingen te worden vrijgesproken.
BESLISSING
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 1 primair, 1 subsidiair, 2 en 3 ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Aldus gewezen door:
mr. A.M.G. Smit, voorzitter,
mr. A.R. Hartmann en mr. N. van der Laan, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. S.J.F. Heirman, griffier,
en op 29 oktober 2018 ter openbare terechtzitting uitgesproken.
mr. N. van der Laan is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.