Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaaknummer 4886821, rolnummer 16-2948)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- de memorie van grieven met vier producties;
- de memorie van antwoord met een productie;
- de akte van [appellante] ;
- de antwoordakte van [geïntimeerde] .
3.De beoordeling
- Bij huurovereenkomst van 1 februari 2000 heeft [geïntimeerde] met ingang van die datum de woning aan de [adres 1] te [plaats] verhuurd aan [appellante] en de heer [ex-partner] (hierna: [ex-partner] ).
- Op de huurovereenkomst zijn algemene voorwaarden van toepassing. Artikel 6.8 van deze algemene voorwaarden houdt onder meer het volgende in:
- In 2006 heeft [appellante] aan [geïntimeerde] verzocht de huurovereenkomst over te schrijven op haar naam, omdat de relatie met [ex-partner] is verbroken. [geïntimeerde] heeft bij brief van 30 november 2006 met dit verzoek ingestemd. [ex-partner] heeft afstand gedaan van alle voor hem uit de huurovereenkomst voortvloeiende rechten en plichten.
- [appellante] en [ex-partner] hebben een minderjarige zoon, die bij [appellante] in de woning woont. [ex-partner] heeft de woning in 2015 ook buiten de bestaande omgangsregeling om veelvuldig bezocht.
- Op 2 oktober 2015 heeft de politie de woning bezocht, omdat uit onderzoek het vermoeden was ontstaan dat er in het gehuurde verdovende middelen aanwezig zouden zijn. Tijdens een doorzoeking van de woning heeft de politie onder meer het volgende aangetroffen:
- 2 XTC pillen (MDA/MDMA);
- 129,1 gram hennep.
- Bij brief van 19 oktober 2015 heeft de burgemeester van de gemeente [plaats] [geïntimeerde] ingelicht over het bezoek van de politie aan de woning en over hetgeen bij de doorzoeking van de woning is aangetroffen. De burgemeester heeft [geïntimeerde] meegedeeld dat de betreffende drugs op lijst I respectievelijk lijst II van de Opiumwet staan en dat zij vallen onder de verbodsbepalingen van de Opiumwet. In de brief heeft de burgemeester aan [geïntimeerde] voorts onder meer het volgende meegedeeld:
- [appellante] heeft bij de burgemeester een bezwaarschrift ingediend tegen het besluit van 24 november 2015 tot sluiting van de woning. Dit bezwaarschrift is op 1 maart 2016 behandeld door de Adviescommissie voor de bezwaarschriften. De commissie heeft geadviseerd het bezwaarschrift ongegrond te verklaren en het bestreden primaire besluit in stand te laten. De burgemeester heeft vervolgens bij besluit op bezwaar van 23 maart 2016, verzonden op 1 april 2016, overeenkomstig het advies van de bezwarencommissie het bezwaar ongegrond verklaard en het primaire besluit van 24 november 2015 gehandhaafd.
- [appellante] heeft bij de Afdeling Bestuursrecht van de rechtbank Oost-Brabant beroep ingesteld tegen het besluit om het bezwaarschrift ongegrond te verklaren en het primaire besluit te handhaven. De rechtbank Oost-Brabant, Afdeling Bestuursrecht, heeft dit beroep bij uitspraak van 25 juli 2016 ongegrond verklaard.
- [appellante] heeft bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de Afdeling Bestuursrecht van de rechtbank. [geïntimeerde] heeft in de memorie van antwoord sub 49 gesteld dat op dat hoger beroep nog geen uitspraak is gedaan.
- primair een verklaring voor recht dat de huurovereenkomst per 11 januari 2016 is ontbonden op de voet van artikel 7:231 lid 2 BW Pro, althans subsidiair ontbinding van de huurovereenkomst;
- veroordeling van [appellante] tot ontruiming van de woning;
- de vordering van [appellante] in conventie afgewezen;
- [appellante] in de kosten van het geding in conventie veroordeeld, vermeerderd met nakosten en de wettelijke rente over die nakosten;
- in reconventie voor recht verklaard dat de huurovereenkomst tussen [geïntimeerde] en [appellante] per 11 januari 2016 is ontbonden ex artikel 7:231 lid 2 BW Pro;
- [appellante] in reconventie veroordeeld om de woning binnen veertien dagen na betekening van het vonnis te ontruimen;
- [appellante] in de kosten van het geding in reconventie veroordeeld, vermeerderd met nakosten en de wettelijke rente over die nakosten;
- het vonnis in conventie en in reconventie tot zover uitvoerbaar bij voorraad verklaard;
- het in conventie en in reconventie meer of anders gevorderde afgewezen.
- het alsnog toewijzen van haar vordering in conventie;
- het alsnog geheel afwijzen van de vorderingen van [geïntimeerde] in reconventie;
- veroordeling van [geïntimeerde] in de proceskosten van beide instanties.
- 2 snowseals met daarin cocaïne
- amfetamine a 5.8 gram
- 3 potjes met hennep
- (…)
- Telefoon, merk Nokia (…)
- Telefoon, merk Samsung (…)