Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
3.Geschil, alsmede standpunten en conclusies van partijen
4.Gronden
5.Beslissing
- verklaarthet hoger beroep ongegrond, en
- bevestigtde uitspraak van de Rechtbank.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Belanghebbende is eigenaar van een vrijstaande woning die door de Heffingsambtenaar van de gemeente Venray is gewaardeerd op €602.000 voor het belastingjaar 2015, met waardepeildatum 1 januari 2014. Na bezwaar werd deze waarde verlaagd tot €513.000. Belanghebbende stelde beroep in bij de Rechtbank, die het beroep ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde belanghebbende hoger beroep in bij het Hof.
In het hoger beroep werd de waarde betwist. De Heffingsambtenaar onderbouwde de waarde met een taxatierapport waarin de woning werd vergeleken met vier referentieobjecten, rekening houdend met verschillen in inhoud, perceeloppervlakte, luxe en onderhoud. Belanghebbende voerde een lagere waarde aan met eigen vergelijkingen, maar deze referentieobjecten waren minder geschikt vanwege verschillen in inhoud en ligging.
Het Hof oordeelde dat de Heffingsambtenaar voldoende aannemelijk had gemaakt dat de waarde van €513.000 niet te hoog was vastgesteld. De gebruikte vergelijkingsmethode en de indexering van verkoopprijzen waren adequaat. De verkoop van een ander pand in 2018 werd als te ver van de peildatum beschouwd om relevant te zijn.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank bevestigd. Er werd geen vergoeding van griffierecht of proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de WOZ-waarde van €513.000 wordt bevestigd.