ECLI:NL:GHSHE:2018:221
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Voeging van civiele zaken betreffende franchiseovereenkomsten in faillissementsprocedure
In deze civiele procedure heeft het gerechtshof 's-Hertogenbosch op 23 januari 2018 uitspraak gedaan over een incident tot voeging van zaken ex artikel 222 Rv Pro jo 220 Rv. De curator in het faillissement van een coöperatie verzocht om voeging van zijn zaak met een andere aanhangige zaak bij het hof, omdat de geschilpunten identiek zijn en voortvloeien uit dezelfde franchiseovereenkomst.
De geïntimeerde stelde dat de vordering tot voeging tijdig was ingesteld en dat de zaken een zodanige samenhang vertonen dat een gezamenlijke behandeling en beslissing door dezelfde rechter gewenst is. De curator verzette zich tegen de voeging, maar het hof oordeelde dat het belang van een goede en doelmatige procesvoering de voeging rechtvaardigt.
Het hof overwoog dat de rechtsverhouding in beide procedures wordt bepaald door dezelfde franchiseovereenkomst, waarbij alleen contractnummers en franchisenemers verschillen. Er was geen sprake van onredelijke vertraging of proceseconomische bezwaren. De vorderingen behouden ondanks voeging hun zelfstandigheid. De zaak werd verwezen naar de rol voor memorie van antwoord en verdere beslissingen werden aangehouden.
Uitkomst: De vordering tot voeging van de civiele zaken wordt toegewezen en de zaak wordt verwezen naar de rol voor memorie van antwoord.