Uitspraak
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
's-Hertogenbosch
[verdachte] ,
€ 70.000.000,- is € 20.000.000,- geïnvesteerd in gronden en aanplant. De rest is opgegaan aan met name kosten.
- dat ten tijde van de overboekingen en contante opnames, voor zover gedaan na 18 oktober 2007, een aanmerkelijke kans op een faillissement bestond en
- dat verdachte met het overboeken en het opnemen in contanten van gelden van de rekeningen van [rechtspersoon 1] en [rechtspersoon 2] , welbewust de aanmerkelijke kans op verkorting van de rechten van de schuldeisers van beide vennootschappen heeft doen ontstaan.
- [rechtspersoon 2] vanaf 28 december 2007 gehouden was de lopende contracten af te wikkelen, dat de noodzaak bestond tot spoedige afwikkeling en dat die afwikkeling tot aan het moment van het faillissement van [rechtspersoon 2] op 11 mei 2009 nog niet had plaatsgehad;
- de AFM vanaf 5 september 2008 herhaaldelijk en duidelijk aan [rechtspersoon 2] heeft aangegeven welke bezwaren de AFM tegen het afwikkelplan had;
- [rechtspersoon 2] , ondanks de door de AFM geboden begeleiding en zonder de door de AFM aangeraden bijstand van een deskundige, tot aan het moment van faillissement heeft volhard in haar afwikkelplan.
- de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komt in het hierop gestelde wettelijk strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd;
- de mate waarin het vertrouwen in de kredietverlening door verdachte is geschonden;
- de mate waarin door verdachte nadeel aan de schuldeisers is toegebracht, te weten meer dan € 2.000.000,-;
- de omstandigheid dat verdachte gedurende langere tijd, te weten een periode van bijna 19 maanden, telkens opnieuw de beslissing heeft genomen om tegoeden op de bankrekeningen van de bedrijven over te boeken naar zijn privérekening of naar rekeningen van aan hem gelieerde bedrijven en in contanten op te nemen.
- de inhoud van het uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 4 december 2017, waaruit volgt dat verdachte niet eerder door de strafrechter voor soortgelijke feiten is veroordeeld;
- de persoonlijke omstandigheden, zoals deze door en namens verdachte ter terechtzitting in hoger beroep naar voren zijn gebracht.
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
2 (twee) jaren;
2 (twee) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.