Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
5.Het verloop van de procedure
- de memorie van grieven met producties en eiswijziging;
- de memorie van antwoord.
6.De beoordeling
in conventie[appellant]
in reconventieiedere beslissing aangehouden.
- afwijzing van de vorderingen in reconventie althans de beperking daarvan tot een bedrag van maximaal € 250,--;
- veroordeling van [geïntimeerde] in de kosten van de procedure in conventie en in reconventie in beide instanties, de nakosten daaronder begrepen.
hofoordeelt over de vermeerdering van eiswijziging als volgt.
rechtbankheeft in rov. 2.7.als volgt over het convenant geoordeeld.
hofoordeelt dat de grieven 1a, 1b, 1c, 1d, 1e, 1f, 1g en 1h niet kunnen slagen en overweegt daartoe als volgt.
[appellant]– aan de SVB vordert [appellant] thans, na vermeerdering van zijn eis, betaling door [geïntimeerde] van € 4.456,95 aan hem.
hofstelt vast dat [appellant] bij akte overlegging producties in eerste aanleg een brief van de SVB (productie 11) d.d. 19 maart 2013 heeft overgelegd. In die brief is het hiernavolgende vermeld:
7.De uitspraak
’s-Hertogenbosch van 30 oktober 2013 en 4 maart 2015 uitsluitend voor zover het betreft de vordering in reconventie in het kader waarvan [appellant] wegens overbedeling is veroordeeld aan [geïntimeerde] € 4.000,-- te voldoen;