ECLI:NL:HR:2012:BV1749
Hoge Raad
- Cassatie
- J.B. Fleers
- F.B. Bakels
- W.D.H. Asser
- A.H.T. Heisterkamp
- G. Snijders
- J.C. van Oven
- Rechtspraak.nl
Verdeling huwelijksgoederengemeenschap bij bankkrediet zonder verantwoording niet als verknochte schuld
De zaak betreft de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap tussen een man en een vrouw die in algehele gemeenschap van goederen waren gehuwd en na korte tijd uit elkaar gingen. Het geschil spitste zich toe op de vraag of twee schulden van de man, ontstaan uit bankkredieten, tot de gemeenschap behoorden en hoe deze verdeeld moesten worden.
De rechtbank had vastgesteld dat de schulden bestonden en bepaalde dat de man de aflossing voor zijn rekening moest nemen, waarna de vrouw de helft van de schulden aan hem moest vergoeden. Het hof oordeelde dat de schulden niet als verknochte schulden konden worden aangemerkt en dat de vrouw de helft moest dragen, omdat geen uitzonderlijke omstandigheden waren gesteld die een afwijking van de hoofdregel van gelijke verdeling rechtvaardigden.
De vrouw stelde in cassatie dat het hof onbegrijpelijk had geoordeeld omdat zij had aangevoerd dat het huwelijk van korte duur was zonder gemeenschappelijke huishouding, dat de schulden voor het huwelijk waren aangegaan, zij pas later kennis kreeg van de schulden, en dat de man geen verantwoording had afgelegd over de besteding. De Hoge Raad oordeelde dat het hof dit oordeel niet kon handhaven en vernietigde de beschikking, waarna het geding werd verwezen naar het gerechtshof Amsterdam voor verdere behandeling en beslissing.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het hofvonnis en verwijst de zaak voor nieuwe beoordeling terug naar het gerechtshof Amsterdam.