Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
[handelsnaam] ,
1.Het geding in eerste aanleg (zaaknummer 3183999 \ CV EXPL 14-7124)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- de memorie van grieven;
- de memorie van antwoord.
3.De beoordeling
- Op [datum] 2013 reed [appellant] in een personenauto (Mercedes Benz CLS 500, kenteken [kenteken 1] ) over de N556 in de richting van [plaats] .
- Mevrouw [betrokkene] (hierna: [betrokkene] ) reed in een personenauto (Ford Focus C-Max, kenteken [kenteken 2] ) achter [appellant] . De Ford was ten tijde van de aanrijding voor wettelijke aansprakelijkheid verzekerd bij [handelsnaam] , een handelsnaam van [de vennootschap] .
- De auto’s hebben aldus met een ter plaatse (buiten de bebouwde kom) normale snelheid van omstreeks 80 kilometer per uur enige tijd achter elkaar aan gereden over de N556.
- De auto’s zijn [plaats] ingereden, waar de N556 de naam [straat 1] draagt. Voor het oprijden van de rotonde waar vanaf de [straat 1] kan worden afgeslagen naar de [straat 2] , heeft [appellant] de door hem bestuurde Mercedes tot stilstand gebracht.
- Over hetgeen toen precies is gebeurd, verschillen partijen van mening. Vaststaat in elk geval dat [betrokkene] kort daarna met de door haar bestuurde Ford tegen de achterkant van de Mercedes is aangereden.
- [betrokkene] heeft na de aanrijding ter plaatse een aanrijdingsformulier ingevuld. Op dat aanrijdingsformulier heeft [betrokkene] bij punt 13 (“Situatieschets van de aanrijding”) een schets gemaakt van de positie van de auto’s op het moment van de botsing en daarbij vermeld:
- [appellant] heeft als productie 7 bij de inleidende dagvaarding een schaderapport van Sachverständigenbüro [Sachverständigenbüro] van 11 november 2013 overgelegd. Volgens dat rapport heeft [Sachverständigenbüro] de Mercedes op 4 november 2013 in niet gedemonteerde toestand bezichtigd en onderzocht. In het rapport is de schade aan de Mercedes begroot op € 16.791,76 aan herstelkosten en op € 1.200,00 aan waardevermindering. De “Wiederbeschaffungswert” van de Mercedes is in het rapport vastgesteld op € 21.500,00.
- [appellant] heeft de Mercedes op 9 november 2013 in beschadigde staat voor € 5.500,-- verkocht en geleverd aan de heer [derde] te [plaats 2] . [derde] heeft de schade aan de Mercedes laten herstellen.
- Bij e-mail van 11 november 2013 heeft de advocaat van [appellant] [geïntimeerde] aansprakelijk gesteld voor de schade die aan de Mercedes is ontstaan door de aanrijding van [datum] 2013.
- Op verzoek van [geïntimeerde] heeft “Ingenieursbüro [Ingenieursbüro] ” de schade aan de Mercedes beoordeeld. [Ingenieursbüro] heeft daartoe de Mercedes op 21 november 2013 in [plaats 2] bezichtigd. [Ingenieursbüro] heeft voorts het schaderapport van [Sachverständigenbüro] beoordeeld. [Ingenieursbüro] heeft zijn bevindingen neergelegd in een rapport van 11 december 2013. Op blz. 8 van dat rapport heeft [Ingenieursbüro] de kosten van herstel van de door de aanrijding veroorzaakte schade begroot op € 7.696,27.
- In het rapport van [Ingenieursbüro] is op bladzijde 9 onder meer vermeld dat [appellant] de Mercedes op 30 augustus 2013 in zijn bezit heeft gekregen en dat de Mercedes daarna ook betrokken is geweest bij ongevallen op 11 september 2013 (waarbij ASR uit Nederland de verzekeraar van de wederpartij was) en op 13 september 2013 (waarbij KBC uit België de verzekeraar van de wederpartij was).
- € 16.000,-- ter zake vergoeding van de schade aan de Mercedes;
- € 1.444,18 ter zake de kosten van het rapport van [Sachverständigenbüro] ;
- € 1.148,82 ter zake buitengerechtelijke kosten;
- [appellant] is in een periode van enkele jaren negen keer bij gelijksoortige aanrijdingen betrokken geweest. Er lijkt sprake te zijn van het opzettelijk uitlokken van aanrijdingen om verzekeringsgelden te kunnen incasseren. De vordering moet daarom geheel worden afgewezen.
- [appellant] heeft bij het claimen van schade bij [geïntimeerde] ten onrechte niet gemeld dat sprake was van eerdere aanrijdingsschade aan de achterzijde van de Mercedes. Hij heeft dus een onjuiste aangifte gedaan met betrekking tot de omvang van de door de aanrijding van [datum] 2013 veroorzaakte schade en dit rechtvaardigt op grond van artikel 7:941 lid 5 BW Pro het verval van de aanspraak op uitkering.
- De door de aanrijding van [datum] 2013 veroorzaakte schade is aanzienlijk geringer dan [appellant] heeft gesteld. De vordering is dus hooguit ten dele toewijsbaar.
- 1) [betrokkene] op voldoende zorgvuldige wijze aan het verkeer heeft deelgenomen door haar voertuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover zij de weg kon overzien en waarover deze vrij was;
- 2) [appellant] zijn auto op [datum] 2013 tweemaal zonder verkeersnoodzaak voor de rotonde op de [straat 1] in [plaats] tot stilstand heeft gebracht.
- [betrokkene] heeft in het aanrijdingsformulier geen melding gemaakt van het door haar in de onderhavige procedure gestelde vreemde rijgedrag van [appellant] (stoppen voor de rotonde terwijl zich daarop geen verkeer bevond, ongeveer tien seconden stilstaan terwijl zich op de rotonde geen verkeer bevond en waardoor [betrokkene] achter [appellant] moest wachten tot [appellant] zou doorrijden, vervolgens optrekken en nadat ook [betrokkene] was opgetrokken opeens weer fors afremmen zodat [betrokkene] niet kon voorkomen dat zij op [appellant] botste). Indien [appellant] daadwerkelijk dit rijgedrag heeft vertoond, zou het voor de hand hebben gelegen dat [betrokkene] daarvan melding had gemaakt op het aanrijdingsformulier en dat zij daarop niet slechts zou hebben vermeld
- [betrokkene] heeft wel gewezen op het door haar gestelde rijgedrag van [appellant] , maar niet gemotiveerd gesteld hoeveel afstand zij direct voor het ongeval had bewaard en of dat voldoende afstand was.
- een aanrijding op 22 december 2012, die ontstaan is doordat de Mercedes op een rotonde zonder verkeersnoodzaak zeer fors afremde, en in verband waarmee een zekere [familie van schoonzoon] (naar het hof begrijpt: familie van de schoonzoon van [appellant] ) aanspraak heeft gemaakt op schadevergoeding;
- een aanrijding op 16 augustus 2013, die ontstaan is doordat [familie van schoonzoon] als bestuurder van de Mercedes abrupt afremde bij een afslag naar links.
4.De uitspraak
- [appellant] uitsluitend een Nederlandse vertaling moet overleggen van het door hem als productie 7 bij de inleidende dagvaarding overgelegde schaderapport van [Sachverständigenbüro] van 11 november 2013;
- [geïntimeerde] uitsluitend een Nederlandse vertaling moet overleggen van het door haar als productie 1 bij de conclusie van antwoord overgelegde rapport van [Ingenieursbüro] ;