Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.[appellant] ,
[appellante] ,beiden wonende te [woonplaats] ,
1.Het geding tot aan de verwijzing door de Hoge Raad
2.Het geding in hoger beroep na verwijzing
- het exploot van oproeping van 6 maart 2017;
- de memorie na verwijzing van [appellanten] ;
- de antwoordmemorie na verwijzing van [geïntimeerde] .
3.De beoordeling
[broer van appellante] , [adres 1] te [plaats]
[geïntimeerde] , [adres 2] te [plaats]
[broer van appellante] staat af aan [geïntimeerde] een strook grond gelegen naast het perceel [nummer 3] , eigendom van [geïntimeerde] met als meetpunt 2 meter vanaf de huidige grens aan de oostzijde van perceel [nummer 3] recht naar de westgrens met als meetpunt de hoek van de huidige schutting, conform de bestaande feitelijk situatie (zie tekening)
(…)
[geïntimeerde] betaalt aan [broer van appellante] tegen algehele kwijting een bedrag van
(…)
datum overdracht 15 aug. 2000; nots [nots]
, hetwelk voor het overgrote deel op perceel kadaster [gemeente] sectie [sectie] nummer [nummer 3] staat, uitmakende dat gedeelte groot als na kadastrale opmeting zal blijken van het perceel kadastraal bekend Gemeente [gemeente] sectie [sectie] nummer [nummer 1] , hetwelk schetsmatig met twee meetpunten is aangegeven op een door partijen gewaarmerkte situatietekening, waarvan een fax aan deze akte is gehecht welke fax door comparanten is gewaarmerkt, (…)”