Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/03/39321/KG ZA 17-426)
2.Het geding in hoger beroep
3.De beoordeling
4.De uitspraak
8 januari 2018 om 13.30 uurzullen verschijnen voor
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
In deze civiele zaak stond het hoger beroep centraal tegen een vonnis van de voorzieningenrechter van de rechtbank Limburg inzake een straatverbod. Appellante had het vonnis aangevochten en het hof bekeek de zaak opnieuw.
Het hof constateerde dat er onvoldoende feiten waren aangetoond die een straatverbod konden rechtvaardigen. Daarom besloot het hof een comparitie van partijen te gelasten met als doel het beproeven van een minnelijke regeling of doorverwijzing naar mediation. Tijdens deze comparitie zou geen pleidooi plaatsvinden, maar zou informatie worden uitgewisseld en konden instructies worden gegeven.
De comparitie werd gepland op 8 januari 2018 onder leiding van raadsheer-commissaris P.M. Arnoldus-Smit. Het hof hield iedere verdere beslissing aan totdat deze comparitie had plaatsgevonden. Het arrest werd uitgesproken door de rolraadsheer namens het hof, bestaande uit mrs. H.A.G. Fikkers, P.M. Arnoldus-Smit en L.S. Frakes.
Uitkomst: Het hof oordeelt dat onvoldoende feiten zijn gesteld voor een straatverbod en gelast een comparitie van partijen.