ECLI:NL:GHSHE:2017:4779

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
7 november 2017
Publicatiedatum
7 november 2017
Zaaknummer
200.224.535_01
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep kort geding
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
1 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Onvoldoende feiten voor rechtvaardiging straatverbod in hoger beroep kort geding

In deze civiele zaak stond het hoger beroep centraal tegen een vonnis van de voorzieningenrechter van de rechtbank Limburg inzake een straatverbod. Appellante had het vonnis aangevochten en het hof bekeek de zaak opnieuw.

Het hof constateerde dat er onvoldoende feiten waren aangetoond die een straatverbod konden rechtvaardigen. Daarom besloot het hof een comparitie van partijen te gelasten met als doel het beproeven van een minnelijke regeling of doorverwijzing naar mediation. Tijdens deze comparitie zou geen pleidooi plaatsvinden, maar zou informatie worden uitgewisseld en konden instructies worden gegeven.

De comparitie werd gepland op 8 januari 2018 onder leiding van raadsheer-commissaris P.M. Arnoldus-Smit. Het hof hield iedere verdere beslissing aan totdat deze comparitie had plaatsgevonden. Het arrest werd uitgesproken door de rolraadsheer namens het hof, bestaande uit mrs. H.A.G. Fikkers, P.M. Arnoldus-Smit en L.S. Frakes.

Uitkomst: Het hof oordeelt dat onvoldoende feiten zijn gesteld voor een straatverbod en gelast een comparitie van partijen.

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Afdeling civiel recht
zaaknummer 200.224.535/01
arrest van 7 november 2017
in de zaak van
[appellante],
wonende te [woonplaats] ,
appellante,
advocaat: mr. R.H.M. Wagemans te Maastricht,
tegen
[geïntimeerde] ,
wonende, althans verblijvende, te [woonplaats] ,
geïntimeerde,
advocaat: mr. J.P.C.M. van Riet te Hoensbroek,
op het hoger beroep van het door de voorzieningenrechter van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht gewezen vonnis van 30 augustus 2017 tussen appellante als eiseres en geïntimeerde als gedaagde.

1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/03/39321/KG ZA 17-426)

Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormeld vonnis.

2.Het geding in hoger beroep

2.1.
Appellante heeft bij exploot van 26 september 2017 aangezegd van genoemd vonnis in hoger beroep te komen met dagvaarding van geïntimeerde voor dit hof.
2.2.
Ter rolle van 10 oktober 2017 is de zaak aangebracht en is geïntimeerde bij advocaat verschenen.

3.De beoordeling

3.1.
Het hof ziet aanleiding om een comparitie van partijen te gelasten. Het doel is het beproeven van een minnelijke regeling of de doorwijzing naar mediation. Voorts kan de comparitie worden benut om informatie uit te wisselen en om eventuele instructies met betrekking tot de zaak te geven. Het hof verwijst voor nadere algemene informatie over de comparitie naar www.rechtspraak.nl (deelsite Gerechtshof 's-Hertogenbosch, onder “Regels en procedures”).
3.2.
De geplande duur van de zitting is anderhalf uur. Ter comparitie zal niet de gelegenheid worden geboden om te pleiten. Hieronder wordt verstaan het juridisch beargumenteren van de zaak al dan niet aan de hand van een voorbereide, uitgeschreven pleitnotitie.
3.3.
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

4.De uitspraak

Het hof:
bepaalt dat partijen in persoon, als het om een rechtspersoon gaat deugdelijk vertegenwoordigd door een persoon die van de zaak op de hoogte is en die tot het treffen van een minnelijke regeling bevoegd is, op
8 januari 2018 om 13.30 uurzullen verschijnen voor
mr. P.M. Arnoldus-Smit als raadsheer-commissaris, die daartoe zitting zal houden in het Paleis van Justitie aan de Leeghwaterlaan 8 te 's-Hertogenbosch, met de hiervoor onder 3.1 vermelde doeleinden;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door mrs. H.A.G. Fikkers, P.M. Arnoldus-Smit en L.S. Frakes en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 7 november 2017.
griffier rolraadsheer