ECLI:NL:GHSHE:2017:4544
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep partneralimentatie na echtscheiding met geschil over lotsverbondenheid en draagkracht
Het hof behandelde het hoger beroep van de man tegen de beschikking van de rechtbank Zeeland-West-Brabant inzake partneralimentatie na ontbinding van het huwelijk op 20 augustus 2014. De man voerde onder meer aan dat de lotsverbondenheid was verbroken door grievend gedrag van de vrouw, dat haar behoefte was verbleekt, en dat de alimentatieduur beperkt moest worden.
Het hof oordeelde dat het door de man gestelde grievend gedrag onvoldoende was om de lotsverbondenheid te verbreken, mede gelet op de lange huwelijksduur en de context van de echtscheiding. De behoefte van de vrouw werd vastgesteld op circa €1.410 netto per maand vanaf 1 januari 2016, zonder sprake van verbleking. Wel werd rekening gehouden met een verdiencapaciteit van €755 netto per maand vanaf 1 mei 2018.
De draagkracht van de man werd berekend op basis van zijn inkomen, rekening houdend met lasten zoals aflossing van een lening en advocaatkosten. De man kon vanaf 1 januari 2016 €1.058 en vanaf 1 januari 2017 €1.158 per maand betalen. Het verzoek tot limitering van de alimentatie werd afgewezen wegens ontbreken van bijzondere omstandigheden. De vrouw werd veroordeeld tot terugbetaling van te veel betaalde alimentatie sinds 1 januari 2016.
Uitkomst: De man moet vanaf 1 januari 2016 partneralimentatie betalen en de vrouw moet te veel betaalde alimentatie terugbetalen.