ECLI:NL:GHSHE:2017:3872
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- L.Th.L.G. Pellis
- A.P. Zweers-van Vollenhoven
- P.J.M. Bongaarts
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beschermingsbewindvoerder en schuldenaar in hoger beroep schuldsaneringsregeling
In deze zaak is het hoger beroep ingesteld door de beschermingsbewindvoerder en de schuldenaar tegen een vonnis van de rechtbank Limburg dat het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling had afgewezen. De rechtbank had geoordeeld dat de schuldenaar niet te goeder trouw was geweest in de vijf jaar voorafgaand aan het verzoek en dat het minnelijk traject niet volledig was doorlopen.
Het hof overweegt dat de beschermingsbewindvoerder niet bevoegd is om namens de schuldenaar een verzoek tot schuldsanering in te dienen, omdat dit niet valt onder de exclusieve bevoegdheden van beheer of beschikking over de onder bewind gestelde goederen. Daarnaast heeft de schuldenaar zelf het minnelijk traject niet volledig doorlopen, wat een dwingendrechtelijke vereiste is voor ontvankelijkheid in het verzoek.
Verder constateert het hof dat er onduidelijkheid bestaat over de omvang en aard van de schuldenlast en dat niet alle schuldeisers zijn benaderd in het minnelijk traject. Ook is niet aannemelijk dat de schuldenaar te goeder trouw is geweest ten aanzien van het ontstaan en onbetaald laten van de schulden.
Gelet op deze gronden verklaart het hof zowel de beschermingsbewindvoerder als de schuldenaar niet-ontvankelijk in het hoger beroep, waardoor het verzoek tot schuldsanering niet inhoudelijk wordt behandeld. Het hof wijst erop dat de schuldenaar opnieuw een verzoek kan indienen indien het minnelijk traject alsnog correct wordt doorlopen.
Uitkomst: Beschermingsbewindvoerder en schuldenaar worden niet-ontvankelijk verklaard in hun hoger beroep tegen het afwijzen van het verzoek tot schuldsanering.