Uitspraak
1.Het verloop van het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De beoordeling
.
- of partijen samen een eerste gewone verblijfplaats (‘eerste huwelijksdomicilie’) hebben gevestigd in de zin van art 4 lid 1 HHV Pro, in welk geval in beginsel het rechtsstelsel van dit gemeenschappelijke woonland op het huwelijksvermogensrecht van partijen van toepassing is, dan wel, indien dit niet het geval is,
- met het interne recht van welke staat het huwelijksvermogensregime van partijen, alle omstandigheden in aanmerking genomen, het nauwste verbonden is (art. 4 lid 3 HHV Pro).