ECLI:NL:GHSHE:2017:3145
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake terugbetaling geldleningen tussen familieleden
In deze civiele zaak stond de vraag centraal of drie geldleningen tussen familieleden terugbetaald moesten worden. De rechtbank had een deel van de vorderingen toegewezen, maar het hof vernietigde dit oordeel in hoger beroep.
De eerste lening van ƒ 32.000,- werd betwist als lening en mogelijk als schenking gekwalificeerd. Het hof oordeelde dat de eiseres onvoldoende bewijs had geleverd dat sprake was van een lening en niet van een schenking. De tweede lening van € 15.000,- was afhankelijk gesteld van een opschortende voorwaarde, namelijk terugbetaling zodra winst werd behaald, en het hof stelde vast dat deze voorwaarde niet was vervuld. Hierdoor kon nakoming niet worden gevorderd. De derde vordering van € 750,- werd buiten beschouwing gelaten omdat deze niet in hoger beroep aan de orde was.
Het hof vernietigde het tussenvonnis en eindvonnis van de rechtbank en wees de vorderingen af. De proceskosten werden gecompenseerd vanwege de familierelatie tussen partijen. Het arrest werd gewezen door drie raadsheren en op 11 juli 2017 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De vorderingen tot terugbetaling van geldleningen worden afgewezen en de proceskosten worden gecompenseerd.