In deze civiele zaak heeft het Gerechtshof 's-Hertogenbosch het hoger beroep behandeld van Stichting Woonbedrijf tegen een huurder die mishandeling heeft gepleegd op een door Woonbedrijf ingeschakelde stukadoor. De huurder was eerder door de politierechter veroordeeld voor deze mishandeling. Woonbedrijf vorderde ontbinding van de huurovereenkomst, ontruiming van de woning, betaling van schadevergoeding en proceskosten.
De huurder voerde verweer met een beroep op zijn lichamelijke en geestelijke problematiek, waaronder de ziekte van Bechterew en vermoedelijke psychiatrische aandoeningen, en stelde dat hij een zwaarwegend woonbelang had vanwege de nabijheid van mantelzorg door familie. Het hof heeft uitgebreid onderzocht of deze omstandigheden de ontbinding en ontruiming in de weg stonden.
Het hof oordeelde dat de mishandeling een ernstige tekortkoming vormt die ontbinding rechtvaardigt, mede omdat Woonbedrijf erop moet kunnen vertrouwen dat haar personeel en ingeschakelde derden niet worden mishandeld. De door de huurder overgelegde rapportages boden onvoldoende inzicht in de mate van begeleiding en de relatie met het woonbelang. Het woonbelang van de huurder moest wijken voor de ernst van de tekortkoming.
Het hof vernietigde het vonnis van de kantonrechter en wees de vorderingen van Woonbedrijf toe. De huurder werd veroordeeld tot ontruiming binnen twee maanden, betaling van schadevergoeding vanaf ontbinding tot ontruiming, en proceskosten. Het arrest werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.