Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
5.Het verloop van de procedure
- de memorie van grieven;
- de memorie van antwoord;
6.De beoordeling
mevrouw [erflaatster], (…)
tweeëndertigduizend vijfhonderd drieëndertig euro (€ 32.533),
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
In deze civiele zaak tussen twee erfgenamen, kinderen van een overleden moeder, staat de vraag centraal of bepaalde bedragen uit de nalatenschap een lening of schenking betreffen. De moeder had een schuldbekentenis ondertekend waarin een bedrag van € 32.533,-- als lening werd erkend. Geïntimeerde vordert betaling van meerdere bedragen die hij als onderdeel van de nalatenschap beschouwt.
De rechtbank wees deels toe en deels af. Appellante betwist de kwalificatie van de bedragen als lening en stelt dat sprake is van schenking, terwijl geïntimeerde de leningstelling handhaaft. Het hof oordeelt dat voor het bedrag van € 32.533,-- voorshands sprake is van een lening, maar laat appellant toe tegenbewijs te leveren dat het bedrag geschonken of kwijtgescholden is. Voor het meerdere bedrag van € 12.467,-- laat het hof geïntimeerde toe bewijs te leveren dat ook dit een lening betreft.
Het hof bepaalt dat, indien partijen getuigen willen horen, dit zal plaatsvinden onder leiding van een raadsheer-commissaris en stelt een procedurele planning vast. De zaak wordt aangehouden voor verdere bewijslevering en schikking wordt aanbevolen.
Uitkomst: Het hof laat partijen toe tot bewijslevering over de aard van de bedragen en bepaalt verdere procedure voor getuigenverhoor.