Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
3.Geschil, alsmede standpunten en conclusies van partijen
4.Gronden
5.Beslissing
- verklaarthet hoger beroep ongegrond en
- bevestigtde uitspraak van de Rechtbank.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Belanghebbende, erfgenaam van haar oom, betwist de toepassing van het erfbelastingtarief voor tariefgroep II en stelt dat zij het lagere tarief voor kinderen van de erflater zou moeten krijgen. Het hof overweegt dat de wetgever een ruime beoordelingsvrijheid heeft bij het indelen van tariefgroepen en dat eerdere arresten van de Hoge Raad deze indeling bevestigen.
Het hof oordeelt dat de wetgever de grenzen van zijn beoordelingsvrijheid niet heeft overschreden en dat het onderscheid in tariefgroepen niet in strijd is met internationale verdragen zoals het EVRM en het IVBPR. Daarnaast kan de rechter de Successiewet niet wijzigen en is hij gebonden aan de wet zoals die gold op het moment van overlijden van de erflater.
Belanghebbendes argumenten over veranderde samenlevingsvormen en het gelijkheidsbeginsel worden verworpen, omdat dergelijke beleidsmatige keuzes aan de wetgever toekomen. Ook het verzoek om een toekomstig tarief toe te passen wordt afgewezen. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.