Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer 55207/CV EXPL 16-10027)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep met grieven;
- de memorie van antwoord, tevens memorie van grieven in incidenteel hoger beroep met producties;
- de memorie van antwoord in incidenteel hoger beroep met producties;
- het mondeling pleidooi gehouden op 24 maart 2017, waarbij partijen pleitnotities hebben overgelegd;
- de bij brieven d.d. 10, 15 en 22 maart 2017 door Orangeworks toegezonden producties, die zij bij het pleidooi bij akte in het geding heeft gebracht;
- de bij brief d.d. 17 maart 2017 door [appellant] toegezonden producties, die hij bij het pleidooi bij akte in het geding heeft gebracht.
3.De beoordeling
(“Relaties[…]
te leveren.”). Doorslaggevend is daarvoor het feit dat er in de laatste maanden van het dienstverband van [appellant] met Orangeworks contacten tussen Orangeworks en FT NON zijn geweest om te onderzoeken of een strategische samenwerking tussen Orangeworks en FT NON tot stand kon worden gebracht. Dit in het kader van een door Orangeworks met een derde partij, Solutherm, ingediende aanvraag voor een patent. Daarbij gaat het om de ontwikkeling van een nieuw soort stoomtunnel voor de productie van wet petfood. Hiervoor was inmiddels een
Confidential Disclosure Agreementgetekend (productie 7, inleidende dagvaarding). Niet relevant acht het hof in dit verband dat [appellant] , naar hij stelt, FT NON in contact heeft gebracht met Orangeworks. Dit maakte immers onderdeel uit van zijn werkzaamheden als sales manager bij Orangeworks. Van minder betekenis is daarom ook de stelling van Orangeworks er ook in 2006 en 2007 al zakelijke contacten tussen Orangeworks en FT NON waren.
“Werknemer[…]
de markt:”). Tijdens het pleidooi heeft [aandeelhouder van Orangeworks] , aandeelhouder van Orangeworks, uiteengezet dat Orangeworks niet een bedrijf is met veel klanten, maar wel met lange relaties. Orangeworks investeert veel geld, tijd en moeite in het onderhouden van bestaande relaties en het vormen van nieuwe, en daarom lijdt Orangeworks schade als zij relaties kwijtraakt, aldus [aandeelhouder van Orangeworks] . [appellant] , die ook lid van het management team was, wist dat de strekking van het beding was dit te voorkomen of had dit in elk geval moeten beseffen. Ook gezien de eerste alinea van artikel 10 had Pro hij zich moeten realiseren dat het beding ook (of juist) een geval als het onderhavige besloeg. Waar [appellant] stelt dat Orangeworks met het beding (enkel) tot doel had te voorkomen dat omzet bij Orangeworks zou wegvloeien, geeft zij dan ook op basis van de thans ter beschikking staande gegevens een te beperkte uitleg aan het beding. Voor nadere feitenonderzoek en eventueel bewijslevering is in dit kort geding geen ruimte, zodat het hof aan deze stelling verder voorbij gaat.