ECLI:NL:GHSHE:2017:1619
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- L.Th.L.G. Pellis
- A.P. Zweers-van Vollenhoven
- J.J. Minnaar
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid in hoger beroep wegens te late indiening verzoek schuldsaneringsregeling
In deze zaak hebben schuldenaren hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Limburg, waarin hun verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling was afgewezen. De schuldenaren waren gehuwd in gemeenschap van goederen en hadden een schuldenlast van ruim €34.860, waarvan een groot deel bestond uit schulden aan telecomaanbieders en een bank. De rechtbank oordeelde dat zij niet te goeder trouw waren geweest en onvoldoende zouden meewerken aan het nakomen van verplichtingen uit de regeling.
Het beroepschrift in hoger beroep werd echter pas één dag na het verstrijken van de beroepstermijn ingediend. De schuldenaren voerden aan dat zij door hun beschermingsbewindvoerder onjuist waren geïnformeerd over de termijnberekening. Het hof oordeelde dat deze termijnoverschrijding niet verschoonbaar was, mede omdat de beroepstermijn duidelijk was medegedeeld en het beroepschrift ook door de advocaat zelf te laat was gedateerd.
Daarmee werden de schuldenaren niet-ontvankelijk verklaard in hun hoger beroep, zodat het hof niet inhoudelijk op de zaak kon ingaan. Het hof merkte nog op dat, zelfs indien ontvankelijkheid was aangenomen, het ontbreken van een verklaring over de beheersbaarheid van psychosociale problemen en het ontbreken van bewijs van sollicitaties en schuldtoestand toelating tot de regeling zou hebben belemmerd. Het beroep op de hardheidsclausule werd eveneens afgewezen.
De uitspraak werd gedaan door het hof 's-Hertogenbosch op 13 april 2017.
Uitkomst: Schuldenaren worden niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep wegens overschrijding beroepstermijn.