Uitspraak
GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
tussenbeschikking:
beschikking, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
3.De beoordeling
vrouwvoert het volgende aan.
hofoordeelt als volgt.
- vast te stellen welke buitenlandse pensioenen voor verevening vatbaar zijn en of daarbij ook verevend moet worden over de voorhuwelijkse periode;
- veroordeling van de man mee te werken aan die verevening, zo mogelijk volgens het voorstel van mw. [adviseur] .
vrouwheeft de rechtbank ten onrechte als peildatum 1 januari 2012 gehanteerd. De toelichting op de grief luidt als volgt:
manweerspreekt dat partijen overeenstemming hadden over de datum van 1 juli 2012.
hofoordeelt als volgt. De verrekenplicht eindigt (in geval van beëindiging van het huwelijk door echtscheiding) op het tijdstip van indiening van het verzoek tot echtscheiding. Van deze regel kan bij op schrift gestelde overeenkomst worden afgeweken (art. 1:141 lid 2 BW Pro jo. art. 1:142 leden Pro 1 en 2 BW). Dat hebben partijen gedaan, zoals de rechtbank ook heeft vastgesteld, bij huwelijkse voorwaarden. Dat vervolgens van de aldus vastgestelde datum – 1 januari 2012 – is afgeweken bij op schrift gestelde overeenkomst, is gesteld noch gebleken. De grief faalt dus.
vrouwhoudt in dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat slechts een derde van de ontbindingsvergoeding tot het te verrekenen vermogen behoort: de gehele vergoeding moet verrekend worden. De vrouw heeft daartoe het volgende aangevoerd.
manhoudt in dat de ontbindingsvergoeding in het geheel niet tot het te verrekenen vermogen behoort. Ter toelichting op zijn grief voert de man het volgende aan. De vergoeding is bedoeld voor derving van inkomsten in de toekomst (verweerschrift tevens incid. appel, pt. 37) dát heeft de rechtbank ook beslist en die beslissing is juist. Deze strekking van de vergoeding blijkt ook uit de beëindigingsovereenkomst (de man verwijst naar productie 10, maar dit moet productie 11 zijn; hof).
hofoordeelt als volgt.
vrouwkeert zich tegen rov. 3.86 van de bestreden beschikking, die als volgt luidt:
manstelt dat het juist is dat de vordering van € 163.000,-- verdisconteerd is in het van verrekening uitgesloten bedrag.
hofoordeelt als volgt. De grief van de vrouw, waarvan de betekenis het hof door de bloemrijke, niet-juridische taal niet aanstonds duidelijk was, slaagt.
- partijen dienen met elkaar te verrekenen de saldi van alle hij hen bekende bankrekeningen in Nederland en in het buitenland op 1 januari 2012,
- van deze verrekening blijven uitgezonderd de bedragen van € 253.733,= (niet verrekenbaar deel van de ontbindingsvergoeding van de man bij Westpharma) (…);
- (…).”
manheeft aangegeven dat punt 41 van zijn verweerschrift moet worden aangemerkt als grief D. De grief houdt in dat de volledige ontbindingsvergoeding buiten het te verrekenen vermogen valt; de belastingteruggave heeft betrekking op de ontbindingsvergoeding, zodat ook deze buiten de afrekening dient te blijven.
vrouwheeft dit weersproken.
hofoordeelt als volgt. De grief faalt, nu zij voortbouwt op grief C van de man die hiervóór werd verworpen en naar welke overwegingen het hof kortheidshalve verwijst.
vrouwnog het volgende aangevoerd.
manheeft in zijn verweer op het beroepschrift het volgende aangevoerd. De opbrengst van het verzilveren van de aandelen is niet geïnvesteerd in de verbouwing van de woning. De vrouw legt daarvan ook geen bewijs over. Als de man extra eigen vermogen zou hebben geïnvesteerd, dan had hij dat bedrag bij de overdracht van de woning aan de vrouw “vooruit hebben mogen nemen”, maar dat is niet gebeurd.
hofoordeelt als volgt.
manhet volgende aan.
vrouwvoert hiertegen het volgende aan.
hofoordeelt als volgt.