Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
5.Het verloop van de procedure
- het tussenarrest van 26 juli 2016;
- het proces-verbaal van de comparitie van partijen van 18 oktober 2016.
6.De verdere beoordeling
“ [project 1] , opruimen fase II , noordelijk deel”heeft Vijverparc ( [medewerker van Vijverparc B.V.] ) aan de gemeente ( [medewerker van de gemeente] ) het volgende laten weten:
in concept al was voorgelegd .Bij deze onze voorzet. Wil je die deskundig laten controleren en ons berichten. Als [afvalvervoerder 1] bult twee industriegrondkwaliteit afvoert in ruil voor andere medewerking van Vp wordt een aanzienlijk bedrag van nog te maken kosten bespaard. Wij zullen dit voordeel van de tegenprestatie dan niet doorberekenen. [naam] kan eventueel toelichting geven op verdeling etc. (...) ”
factuur 1), gestuurd ten bedrage van € 50.304,56 (incl. btw), waarop onder het kopje “omschrijving” (onder meer) staat:
factuur 2) heeft Vijverparc aan de gemeente € 38.374,92 (incl. btw) doorberekend ter zake de factuur van [Wegenbouw] Wegenbouw van € 32.247,83 (excl. btw, zie 6.1. sub r). Op de factuur staat onder het kopje
‘omschrijving’het volgende:
factuur 3) heeft Vijverparc aan de gemeente € 3.094,00 (incl. btw) doorberekend ter zake de factuur van [expert 2] (zie 6.1. sub n).
veroordeling van Vijverparc tot betaling van € 50.304,56, vermeerderd met de wettelijke handelsrente.
factuur 1(€ 50.304,56) betrekking heeft op (werkzaamheden betreffende) in april 2010 afgevoerd mengpuin uit de geleverde grond. Als niet of onvoldoende betwist door de gemeente stelt het hof vast (i) dat het daarbij ging om (werkzaamheden betreffende) mengpuin, (ii) welk mengpuin voortkwam uit het verwijderen, breken en zeven van onder andere funderingen, kelders, beerputten en dergelijke, (iii) die Vijverparc in de geleverde grond heeft aangetroffen toen zij bouwwegen wilde aanlegge
factuur 2op ziet, stelt Vijverparc dat deze afkomstig is uit depot 1 en bestaat uit de na bovengenoemd verwijderen, breken en zeven overgebleven grond (die dus deel uitmaakt van de geleverde grond). Hiertoe verwijst zij naar de onderliggende nota van [Wegenbouw] van 8 oktober 2010 en de bijbehorende specificatie van [afvalvervoerder 2] (zie 6.1. sub r).
“ Depot I dat is vrijgekomen bij het uitzeven van de fundatie en overige resten is niet van de beste kwaliteit: klasse industrie.” In het Rapport heeft [expert 2] over de herkomst van de door haar onderzochte, en elders in het Rapport ook als deelpartij 1 aangeduide, grond vermeld:
“(…)Depot 1 bestaat uit grond die tijdens de graafwerkzaamheden op de onderzoekslocatie is vrijgekomen. Deze grond is in depot gezet en vervolgens, wegens bijmengen aan grof puin, uitgezeefd. De partij grond heeft een oppervlakte van 500 m2 en een gemiddelde hoogte van 2,5 meter. Op basis hiervan wordt de totale hoeveelheid af te voeren hoeveelheid grond geschat op ca. 1.250 m3 (ca. 2.000 ton). Onderhavig depot betreft de uitgezeefde fractie. (…)”Dat [expert 2] zich hierbij uitsluitend baseert op mededelingen van Vijverparc, zoals de gemeente aanvoert, leest het hof hierin niet. In elk geval blijkt uit de tekst geen enkele twijfel aan de herkomst van de grond.
“Het (…) best [zou] kunnen dat er daar is afgegraven en dat die 500 ton van elders komen”is te algemeen, niet onderbouwd en bovendien zoals al overwogen niet plausibel.
afhandelen van contractuele verplichtingen over en weer”is vermeld dat de gemeente de kosten voor het ontdoen van de percelen van funderingsresten ad € 55.000,-- betaalt omdat dit
“duidelijk in contract en in leveringsakte”staat. De gemeente was kennelijk tot de overtuiging gekomen dat (artikel 5.1. van) de realisatieovereenkomst in combinatie met (artikel 6 van Pro) de leveringsakte zo diende te worden uitgelegd dat de kosten voor verwijdering van de bewuste funderingsresten voor haar rekening kwamen en heeft dit in het overleg zo met Vijverparc afgesproken. De gemeente is deze afspraak (nadere overeenkomst) ook nagekomen en heeft deze kosten vervolgens ook betaald (tot het correcte bedrag van € 50.304,56).
“schoon en geschikt voor woningbouw”te leveren.
“Overigens blijft tussen de Gemeente en Vijverparc onverkort van gelding al hetgeen in voormelde samenwerkingsovereenkomst en voormelde realisatie-overeenkomst is overeengekomen, een en ander indien daarvan niet uitdrukkelijk bij deze overeenkomst is afgeweken (…).”Naar het oordeel van het hof kan artikel 6 niet Pro gelezen worden als een uitdrukkelijke afwijking van artikel 5.1. In de tekst van artikel 6, gelezen in het licht van de hierboven weergegeven omstandigheden, ontbreekt elke aanwijzing in die richting. Nog minder kan hieruit worden opgemaakt dat dit zou meebrengen dat alleen de in artikel 6 bedoelde Pro (chemische) verontreinigingen relevant zijn bij het bepalen of de gemeente schone en voor woningbouw geschikte grond heeft geleverd. Wat de gemeente heeft aangevoerd is dan ook onvoldoende voor de door haar voorgestane uitleg.
“conform de realisatieovereenkomst voor rekening van de Gemeente blijven.”Kennelijk waren partijen het er bij het sluiten van de leveringsakte in elk geval over eens dat uit de realisatieovereenkomst voortvloeide dat bepaalde verontreinigingen (verontreinigde grond) op kosten van de gemeente dienden te worden verwijderd.
7.De uitspraak
- € 1.920,-- aan verschotten en op € 3.262,-- aan salaris advocaat, en bepaalt dat deze bedragen binnen veertien dagen na de dag van deze uitspraak moeten zijn voldaan, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro vanaf het einde van genoemde termijn tot aan de dag der voldoening,
- en voor wat betreft de nakosten op € 131,-- indien geen betekening plaatsvindt, dan wel op € 199,-- vermeerderd met de explootkosten indien niet binnen veertien dagen na de datum van dit arrest is voldaan aan de bij dit arrest uitgesproken veroordelingen en betekening van dit arrest heeft plaatsgevon