Uitspraak
in eerste aanleg: feit 1 primair, g en h);
in eerste aanleg: feit 1 primair, g, h en i);
in eerste aanleg: feit 2 primair onder a, sub 2 en feit 2 primair onder b, sub 1);
(in eerste aanleg: feit 2 primair onder b, sub 2);
in eerste aanleg: feit 2 primair onder a, sub 4);
in eerste aanleg: feit 2 primair onder a, sub 5 en feit 2 primair onder b, sub 10 en 11);
in eerste aanleg: feit 2 primair onder a, sub 2, 4 en 5)
in eerste aanleg: feit 2 primair onder b, sub 1 en 2);
(in eerste aanleg: feit 2 primair onder b, sub 10 en 11).
9 mei 2007 niet in de administratie van [BV II (ex)] en/of [BV II] heeft verantwoord, hetzij door deze handelswijze activa aan de boedel van [BV II] heeft onttrokken (zaak 1 [BV II] , zaak 2 [BV VI] en zaak 3 [BV V] ) en/of
15-10-2006, met als mutatieomschrijving "management & kosten verkoop" en in de kolom credit 185.000 (Euro) te boeken en/of (aldus) in de administratie van [BV II (ex)] en/of [BV II] lasten heeft verdicht (zaak 1 [BV II] en 3 [BV V] ),
31 maart 2009, ter waarde van 98.000 euro in de bedrijfsadministratie van [BV IX] op te nemen en/of te verwerken, waardoor [familielid] (schuldeiser van verdachte in privé), schuldeiser werd van [BV IX] en/of waardoor in de administratie van [BV IX] , voor een bedrag groot 98.000 euro, althans 58.000 euro, in elk geval 40.000 euro, aan lasten werden verdicht (zaak 6, pv blz. 104, D-204 en zaak 8) en/of
1. [BV II (ex)] ( [BV II] ), bij vonnis van de arrondissementsrechtbank
‘s-Hertogenbosch van 9 mei 2007 in staat van faillissement is verklaard, en/of
2. [BV IV (ex)] ( [BV IV] ), bij vonnis van de arrondissementsrechtbank ‘s-Hertogenbosch van 27 juni 2007 in staat van faillissement is verklaard, en/of
3. [BV V] , bij vonnis van de arrondissementsrechtbank ’s-Hertogenbosch van 2 januari 2008 in staat van faillissement is verklaard, en/of
4. [BV VI] , bij vonnis van de arrondissementsrechtbank ‘s-Hertogenbosch van 2 januari 2008 in staat van faillissement is verklaard en/of
5. [BV I] , bij vonnis van de arrondissementsrechtbank Almelo van 7 februari 2007 in staat van faillissement is verklaard, en/of
6. [BV VII] , bij vonnis van de arrondissementsrechtbank ‘s-Hertogenbosch van 30 juni 2009 in staat van faillissement is verklaard, en/of
7. [BV VIII] , bij vonnis van de arrondissementsrechtbank ‘s-Hertogenbosch van 11 augustus 2009 in staat van faillissement is verklaard en/of
8. [BV IX] , bij vonnis van de arrondissementsrechtbank ‘s-Hertogenbosch van 29 september 2009 in staat van faillissement is verklaard, en/of
(telkens) ter bedrieglijke verkorting van de rechten van een of meer schuldeiser(s) van die rechtspersonen
a.
b.
d.
j.
k.
m.
waardoor hij, verdachte, ter gelegenheid van het faillissement of op een tijdstip waarop hij, verdachte, wist dat het faillissement van [BV IX] niet kon worden voorkomen, een van de (vermeende) schuldeisers van [BV IX] , te weten [familielid] (op enigerlei wijze) heeft bevoordeeld (zaak 8, AH-43 en D 355);
D-334),
1. [BV IV (ex)] / [BV IV] , bij vonnis van de arrondissementsrechtbank Hertogenbosch van 27 juni 2007 in staat van faillissement is verklaard, en/of
2. [BV II (ex)] / [BV II] , bij vonnis van de arrondissementsrechtbank
‘s-Hertogenbosch van 9 mei 2007 in staat van faillissement is verklaard, en/of
3. [BV V] , bij vonnis van de arrondissementsrechtbank ‘s-Hertogenbosch van 2 januari 2008, in staat van faillissement is verklaard, en/of
4. [BV VI] , bij vonnis van de arrondissementsrechtbank ‘s-Hertogenbosch van 2 januari 2008, in staat van faillissement is verklaard en/of
5. [BV I] , bij vonnis van de arrondissementsrechtbank Almelo van 7 februari 2007 in staat van faillissement is verklaard, en/of
6. [BV VII] , bij vonnis van de arrondissementsrechtbank ‘s-Hertogenbosch van 30 juni 2009 in staat van faillissement is verklaard, en/of
7. [BV VIII] , bij vonnis van de arrondissementsrechtbank ‘s-Hertogenbosch van 11 augustus 2009 in staat van faillissement is verklaard, en/of
8. [BV IX] , bij vonnis van de arrondissementsrechtbank
(D-354 en D-355) en/of
D-334) en/of
en/of
en/of
[verdachte] (bij een Sparkasse Leer/Wittmund,) en/of
en/of
dat hij de ING bankrekening ( [rekeningnummer o] ) van zijn [familielid] heeft gebruikt
als derdenrekening en/of dat hij kon beschikken over deze bankrekening en/of
bankrekening [rekeningnummer o] , 19.000 euro in contanten heeft opgenomen (D-358);
primairen 2
primairis ten laste gelegd, als 1
subsidiairen 2
subsidiairten laste gelegd, en omgekeerd.
- 1 primair onder D.1 en D.2 en 1 subsidiair onder 1.g en 1.h en 1.i;
- 2 primair onder B.2, C.2, D.2 en E.2, E.4 en E.5 en 2 subsidiair onder a.2, a.4, a.5, b.1, b.2, b.10 en b.11,
1.primair onder A.1 en A.2
1 primair onder A.1 en 1 subsidiair onder a
hof: zie verder onder 1 primair B.2] en daarvoor moest hij bewijs van de Belastingdienst overleggen dat [BV II (ex)] geen belastingschuld had. Verdachte verklaart dat hij dit geld op de bankrekening van de holding heeft laten binnenkomen. Vervolgens heeft hij daarvan op
1 primair onder A.2
1.primair onder B.1, B.2 en B.3 en 2 primair onder B.1, B.3 en B.4
1 primair onder B.1. en 1 subsidiair onder c
1 primair onder B.2 en B.3 en 2 primair onder B.1, B.3 en B.4
- de betaling aan [BV V] heeft trachten te bemantelen door de daartegenover geboekte verrekening met een fictieve vordering van [BV V] op [BV II (ex)] (verdichten van een last: 1 primair onder B.3 als voortgezette handeling van de onttrekking van € 150.00,- uit 1 primair onder B.2) en
- de verkoopovereenkomst van activa en goodwill niet in de administratie van [BV II (ex)] heeft doen opnemen (2 primair onder B.3) en
- in de administratie van [BV II (ex)] een fictieve onkostenpost heeft doen opnemen van € 185.000,- met de omschrijving “management en kosten verkoop”
1.primair onder C
1 primair onder D.3, E.1 en E.2 en 2 primair onder H.2, alsmede 1 primair onder D.4
hof:13 maart 2009 [57] ] verplaatst verdachte de zetel van [BV VII] naar Amsterdam, omdat er schulden in zaten, om tijd te winnen. Verdachte moest van [BV VII] af, want door alle schulden was het inmiddels een blok aan zijn been. [58] [Bestuurder BV VII] heeft verklaard dat hij en [naam 2] vanaf zomer 2008 zagen dat het de verkeerde kant opging met [BV VII] . [59]
1 primair onder D.3 en E.1 en E.2 en 2 primair onder H.2
hof: zie verder onder 1 primair onder D.4] moest werken - te voorkomen, heeft verdachte toen enkele nieuwe overeenkomsten gemaakt. Verdachte moest wat zaken “rechtpoetsen”. De hele opzet was erop gericht de continuïteit van zijn zaken te waarborgen.
hof:[BV VII] ] heeft ook geen geld ontvangen, aldus verdachte. “Door de eigendom van mijn [familielid] van de roerende zaken op de [adres 1] kon de ontvanger van de Belastingdienst geen beslag [
hof:meer] leggen”, aldus verdachte, “want deze goederen waren door [BV VII]
op papieraan mijn [familielid] verkocht”. [63] [familielid] heeft over deze Koop/Leenovereenkomst verklaard dat hij deze heeft ondertekend, dat deze alleen was bedoeld om hem zekerheid te geven dat hij het aan verdachte geleende bedrag van € 98.000,- terug zou krijgen, dat daarom de aan zijn [verdachte] geleende € 98.000,- waren verdeeld in € 58.000,- voor inventaris die hij, [familielid] , gekocht
zouhebben van [BV VII] en € 40.000,- die hij aan hen, maar in feite dus aan [verdachte] , geleend
zouhebben. “Alles was erop gericht”, aldus [familielid] van verdachte, “dat wij ons geld dat we aan hem (verdachte) hadden geleend terug zouden krijgen”. [64]
hof: [BV IX] ]
.
1 primair onder D.4.
hof:zie D-263 op de pagina’s 2411-2417] verklaard dat hij deze zelf heeft opgemaakt in opdracht van verdachte. Deze facturen zijn alle gedateerd op 15 april 2009. Deze facturen heeft hij verwerkt in de financiële administratie van [BV VIII] . Deze facturen zijn niet juist en ook de financiële verwerking hiervan was niet correct. De werkzaamheden waren verricht door werknemers van [BV VII] en werden gefactureerd door [BV VIII] . [boekhouder] heeft hierover met verdachte gesproken en verdachte zei hem dat er geld nodig was voor [BV VIII] , omdat er anders geen doorstart zou kunnen plaatsvinden. De wijze van factureren was in dit geval ten nadele van [BV VII] . [73]
1.primair onder E.2 en E.3
verdachte in privéhad verstrekt. Verdachte heeft ter zitting van het hof verklaard dat het bedrag van € 10.000,- inderdaad de lening van zijn [familielid] betrof. [84] Zoals hierboven reeds is overwogen, is door verdachte eind maart 2009 valselijk een akte van cessie opgemaakt waarin een niet-bestaande vordering van [familielid] op [BV VII] van deze grootte wordt overgedragen aan [BV IX] tegen betaling van datzelfde bedrag. Deze overboekingen ten laste van [BV IX] op de privé-rekening van [familielid] zijn derhalve onverplicht geschied.
2.primair onder A.1, C.1, D.1, G.1 en H.1
2.primair onder A.2 en A.3
2 primair onder A.2.
2 primair onder A.3 en 2 subsidiair onder b.14
2.primair onder B.1, B.3 en B.4
2.primair onder C.3, C.4 en C.6 en 2 subsidiair onder a.3, b.4 en b.5
2.primair onder C.5 en 2 subsidiair onder b.3
2.primair onder D.3
2.primair onder E.1 en E.3
2 primair onder E.1
2 primair onder E.3
2.primair onder F.1, F.2 en F.3
2 primair onder F.2 en 2 subsidiair b.12
2 primair onder F.1 en F.3
zouhebben van [BV VII] en een bedrag van € 40.000,- die hij aan hen, maar in feite dus aan [verdachte] , geleend
zouhebben. Alles was erop gericht", aldus [familielid] van verdachte, “dat wij ons geld dat we aan hem (verdachte) hadden geleend terug zouden krijgen”. [111]
2. primair
als derdenrekening en dat hij kon beschikken over deze bankrekening en
bankrekening [rekeningnummer o] , 19.000 euro in contanten heeft opgenomen;
- dat de accountant “de constructie [heeft] getoetst aan de geldende wet en boekhoudkundige regelgeving en (…) heeft geadviseerd dat deze verschuivingen legaal waren en niet in strijd met wet- en regelgeving” en
- dat de verdachte mocht vertrouwen op dit deskundig advies,
zodat aannemelijk is dat de verdachte heeft gehandeld in een verontschuldigbare onbewustheid van de ongeoorloofdheid van de hem verweten gedraging.
Volgens de verdediging moet aanvaarding van dit verweer leiden tot vrijspraak wegens het ontbreken van opzet, dan wel tot ontslag van alle rechtsvervolging wegens afwezigheid van alle schuld.
De verdediging heeft in het verweer niet duidelijk gemaakt wat het advies van zijn accountant precies en concreet behelsde. Een nadere concretisering vindt het hof ook niet in de verklaring van [registeraccountant] , registeraccountant bij accountantskantoor [kantoornaam 2] , en evenmin in de verklaring van [getuige F] (voormalig adviseur van verdachte), afgelegd ter terechtzitting in hoger beroep op 10 oktober 2016.
Verder kan als gevolg van deze onduidelijkheid niet worden vastgesteld of de accountant met betrekking tot zijn advies een zodanig gezag kan worden toekend dat de verdachte in redelijkheid op de deugdelijkheid van het advies mocht vertrouwen.
Gesteld noch gebleken is dat het advies van de accountant inhield dat het juridisch aanvaardbaar is om werkzaamheden die door de ene BV zijn uitgevoerd, te laten factureren door een andere BV met als gevolg dat de inkomsten die aan de ene BV toekomen, zijn verschoven naar de andere BV (zoals is ten laste gelegd onder feit 1 primair onder C.1 en D.4).
Evenmin is gesteld of gebleken dat het advies van de accountant inhield dat het juridisch aanvaardbaar is om een beweerde transactie te onderbouwen met een valse (koop/leen)overeenkomst (zoals ten laste gelegd onder feit 1 primair onder D.3).
Hetgeen de verdediging in dit verband heeft gesteld omtrent het bestaan bij de verdachte van een bipolaire stoornis ten tijde van de ten laste gelegde gedragingen en het als gevolg daarvan verminderde vermogen om optimale ondernemersbeslissingen te nemen en risico’s goed in te schatten, maakt dit niet anders.
De ten laste gelegde en bewezen verklaarde gedragingen van de verdachte liggen alle in het tijdvak 2006 tot en met 2010.
psychiater dr. P. van Panhuis(in samenwerking met
deskundige dr. Van Panhuisis op 3 augustus 2016 – een kleine vier jaren na zijn rapport van 2012 – verhoord bij de raadsheer-commissaris. Hij heeft toen onder meer verklaard:
dr. R. Vonk, psychiaterverbonden aan Reinier van Arkel Centrum voor Bipolaire Stoornissen.
hof: verdachte] sinds februari 2012 bekend bij is Reinier van Arkel in verband met een manisch toestandsbeeld, gediagnosticeerd tijdens de opname van betrokkene binnen Reinier van Arkel van april tot juni 2012. Verwezen wordt naar de ontslagbrief van 31 mei 2012 die dr. Vonk heeft geschreven. In die brief wordt geconcludeerd dat:
hof: 2016], als behandelaar
tot het inzicht is gekomen dat de eerste hypomane symptomen en episoden bij patiënt zich hebben voorgedaan vanaf in elk geval de leeftijd van 38 jaar (1998) (…) Dit voortschrijdende inzicht betekent dat de eerder genoemde diagnostische conclusie in de ontslagbrief thans als niet correct wordt benoemd en moet worden herzien. (…). Vanuit de voorgeschiedenis is voor ondergetekende behandelaar thans aannemelijk, dat zich wel verschillende recidiverende episoden hebben voorgedaan in 1998, 2000, 2002, 2003 2004 en 2005. Periodes van hypomanie worden bij patiënt gekenmerkt in wisselende mate aanwezig zijn van symptomen als verhoogde energie, (verbale) gedrevenheid, weinig slaap, verhoogde impulsiviteit, onwaardige ideeën, zelfoverschatting en oordeels- en kritiekstoornissen.”
in eerste aanleg: feit 1 primair, g en h);
in eerste aanleg: feit 1 primair, g, h en i);
in eerste aanleg: feit 2 primair onder a, sub 2 en feit 2 primair onder b sub 1);
(in eerste aanleg: feit 2 primair onder b, sub 2);
in eerste aanleg: feit 2 primair onder a, sub 4);
in eerste aanleg: feit 2 primair onder a, sub 5 en feit 2 primair onder b, sub 10 en 11);
in eerste aanleg: feit 2 primair onder a, sub 2, 4 en 5)
in eerste aanleg: feit 2 primair onder b, sub 1 en 2);
(in eerste aanleg: feit 2 primair onder b, sub 10 en 11);
gevangenisstrafvoor de duur van
24 (vierentwintig) maanden.
6 (zes) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van
2 (twee) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.