ECLI:NL:HR:2010:BL7662
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- J. de Hullu
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Vermindering gevangenisstraf wegens bedrieglijke bankbreuk en aftrek voorarrest
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage waarin verdachte werd veroordeeld voor bedrieglijke bankbreuk. Verdachte had als feitelijk leidinggevende van een failliete B.V. geldbedragen overgemaakt naar een privérekening, wat volgens het hof ter bedrieglijke verkorting van de rechten van schuldeisers was.
De Hoge Raad herhaalt dat voorwaardelijk opzet voldoende is voor het bewijs van bedrieglijke bankbreuk en verwerpt de klacht dat dit niet uit het bewijs zou volgen. Tevens oordeelt de Hoge Raad dat het hof ten onrechte geen aftrek heeft gegeven voor de tijd die verdachte in verzekering heeft doorgebracht, zoals vereist is volgens art. 27 Sr Pro.
Daarnaast stelt de Hoge Raad ambtshalve vast dat de strafoplegging in strijd was met het toepasselijke art. 14a Sr en vermindert de gevangenisstraf van veertien maanden (waarvan zes voorwaardelijk) tot twaalf maanden, waarvan vier voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. De redelijke termijn is overschreden, wat ook tot strafvermindering leidt.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof voor zover het de strafoplegging betreft, wijst de straf zelf toe en beveelt aftrek van de tijd in verzekeringstelling. Het beroep wordt verder verworpen.
Uitkomst: De gevangenisstraf is verminderd tot twaalf maanden, waarvan vier maanden voorwaardelijk, met aftrek van de tijd in verzekeringstelling.