Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/03/186316/HA ZA 13-463)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- de memorie van grieven van 8 december 2015 met producties;
- de memorie van antwoord van 16 februari 2016.
3.De beoordeling
“Afgesproken is dat een intentieovereenkomst met een plan van aanpak (met daarin de doorlooptijd, gemeentelijke procedures: artikel 19, vergunningen etc.) de basis zal zijn in een samenwerkingstraject om te komen tot een definitief PPS-contract.”
“In het kader van kwaliteit van het productaanbod en het streven naar totale optimalisering van de begraafplaats vinden wij, dat een “totaalaanbod” van producten op de begraafplaats wenselijk is. Dit betekent met betrekking tot de nieuwbouw dat het uitgangspunt volgens ons moet zijn uitvaartcentrum met aula, condeleanceruimte en crematievoorziening.”
onderzoek naar uitvaartcentrum, crematorium en bovengronds begraven, met name onderzoek naar de locatie en financiële haalbaarheid.”
1. primair voor recht te verklaren dat het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is dat de gemeente het PPS-traject met [appellante] om te komen tot een aula/condoleanceruimte annex uitvaartcentrum op de begraafplaats aan de [adres] te Maastricht heeft afgebroken op de wijze waarop en/of de fase waarin zij zulks heeft gedaan, althans zonder daarbij de door [appellante] gemaakte kosten aan haar te vergoeden,
subsidiair voor recht te verklaren dat de gemeente in strijd heeft gehandeld met het vertrouwensbeginsel en/of andere beginselen van behoorlijk bestuur door het PPS-traject met [appellante] om te komen tot een aula/condoleanceruimte annex uitvaartcentrum op de begraafplaats aan de [adres] te Maastricht af te breken op de wijze waarop en/of de fase waarin zij zulks heeft gedaan, althans zonder daarbij de door [appellante] gemaakte kosten aan haar te vergoeden,
2. zowel primair als subsidiair veroordeling van de gemeente tot vergoeding van de door [appellante] geleden en nog te lijden schade ten gevolge van de handelwijze van de gemeente, op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet,
3. veroordeling van de gemeente in de proceskosten en de nakosten.
plotsklaps de stekker uit het project getrokken” (inleidende dagvaarding, randnummer 1). De gemeente is niet bereid de door [appellante] gemaakte kosten te vergoeden. De afbreking van de onderhandelingen door de gemeente is naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar, althans onaanvaardbaar nu de gemeente niet bereid is de door [appellante] gemaakte kosten te vergoeden, althans de gemeente heeft in strijd met het vertrouwensbeginsel en/of een ander beginsel van behoorlijk bestuur gehandeld.
Als maatstaf voor de beoordeling van de schadevergoedingsplicht bij afgebroken onderhandelingen heeft te gelden dat ieder van de onderhandelende partijen - die verplicht zijn hun gedrag mede door elkaars gerechtvaardigde belangen te laten bepalen - vrij is de onderhandelingen af te breken, tenzij dit op grond van het gerechtvaardigd vertrouwen van de wederpartij in het tot stand komen van de overeenkomst of in verband met de andere omstandigheden van het geval onaanvaardbaar zou zijn. Daarbij dient rekening te worden gehouden met de mate waarin en de wijze waarop de partij die de onderhandelingen afbreekt tot het ontstaan van dat vertrouwen heeft bijgedragen en met de gerechtvaardigde belangen van deze partij. Hierbij kan ook van belang zijn of zich in de loop van de onderhandelingen onvoorziene omstandigheden hebben voorgedaan, terwijl, in het geval onderhandelingen ondanks gewijzigde omstandigheden over een lange tijd worden voortgezet, wat betreft dit vertrouwen doorslaggevend is hoe daaromtrent ten slotte op het moment van afbreken van de onderhandelingen moet worden geoordeeld tegen de achtergrond van het gehele verloop van de onderhandelingen (Hoge Raad 12 augustus 2005, ECLI:NL:HR:2005:AT7337).
oriënterende gesprekkenging. In de brief van 20 juni 2003 (rov. 3.1/2.15) waarin de gemeente het besluit van 6 mei 2003 om met [appellante] de PPS-constructie uit te werken bevestigt, wordt eveneens bevestigd dat is afgesproken dat een intentieovereenkomst met een plan van aanpak “
de basis zal zijn in een samenwerkingstraject om te komen tot een definitief PPS-contract”. Met andere woorden, de basis voor een samenwerking gericht op de totstandkoming van een PPS-contract (intentieovereenkomst en plan van aanpak) was nog (lang) niet bereikt. Aangenomen kan worden dat [appellante] de totstandkoming van een overeenkomst omtrent de bouw en exploitatie van een uitvaartcentrum beoogde, maar dat is iets anders dan een gerechtvaardigd vertrouwen in die totstandkoming. Zover was het, naar ook [appellante] moest begrijpen, nog lang niet.
de verwachting van een ambtenaaren niet om een toezegging namens het bevoegde orgaan, de gemeenteraad. [appellante] mag bovendien bekend worden verondersteld met het in de Gemeentewet verankerde stelsel van de bevoegdheidsverdeling tussen het college en de raad en met het feit dat de gemeente in beginsel pas gebonden is na instemming van de raad in gevallen waarin de raad een formele positie in het besluitvormingsproces inneemt. Van zo’n geval was hier sprake en ook dat wist [appellante] , althans zij wist dat het moment “go or no go” pas kon worden bereikt na het gereedkomen van het masterplan en de goedkeuring daarvan door de gemeenteraad. Voor zover [appellante] stelt dat het gerechtvaardigd vertrouwen in het tot stand komen van de overeenkomst bij haar is gewekt door toedoen van de gemeenteraad, heeft zij dit onvoldoende onderbouwd.
Dat het masterplan straks afgemaakt wordt is duidelijk”, leidt niet tot een ander oordeel. Nog daargelaten dat dit geen mededeling aan [appellante] is maar aan een derde, geldt ook hier dat het om
de verwachting van een ambtenaargaat en niet om een toezegging namens het bevoegde orgaan en [appellante] bovendien wist dat de gemeente aanbestedingsrechtelijke problemen voorzag en de onderhandelingen al op een lager pitje stonden.
Zowel u als de hierbij betrokken externe partijen mogen deze handelswijze(hof: procedure en onderzoek naar mogelijkheid crematorium, af te ronden met besluitvorming door de gemeenteraad)
vanuit de principes van behoorlijk bestuur van ons college verwachten”en “
Het uitvaartgebouw omvat meer onderdelen dan alleen een crematorium. Bezwaren tegen één onderdeel mogen niet blokkerend werken voor de totale planvorming” en
“(…) zodra een concept-masterplan beschikbaar is hierover een info-avond inclusief inspraak georganiseerd zal worden” en “
Vanuit de gedachte dat behoorlijk bestuur ook betekent dat afspraken worden nagekomen, zowel naar u alsook naar de externe partijen”) mededelingen van algemene aard en kwalificeren zij niet als concrete, onvoorwaardelijke toezeggingen om de gesprekken/onderhandelingen hoe dan ook voort te zetten tot en met het gereedmaken van een masterplan en het voorleggen daarvan aan de gemeenteraad.