Belanghebbende, voormalig ondernemer van een tuincentrum en hoveniersbedrijf, stelde dat hij recht had op een vergoeding van de overheid wegens onteigening, planschade, advocaatkosten, rentekosten en inkomensderving. Hij voerde aan dat deze vergoeding hoger was dan de opgelegde belastingaanslagen over 2012, waardoor hij meende geen aanslagen te hoeven betalen.
Het Hof stelde vast dat de aanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) en de inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet (ZvW) 2012 overeenkomstig de ingediende aangifte zijn vastgesteld en niet onjuist zijn. Belanghebbendes stelling over verrekening van verliezen tot en met 2002 werd afgewezen, omdat deze verliezen in 2012 niet meer verrekenbaar waren door de wettelijke beperking van negen jaar voor verliesverrekening.
Het Hof onderschreef de eerdere overwegingen van de Rechtbank dat de beperking van verliesverrekening niet in strijd is met de Grondwet of het eigendomsrecht zoals beschermd in het EVRM. De aanslagen zijn derhalve terecht opgelegd en het hoger beroep ongegrond verklaard. Tevens wees het Hof een vergoeding van griffierecht en proceskosten af.