Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
3.Geschil, alsmede standpunten en conclusies van partijen
4.Gronden
5.Beslissing
- verklaart het hoger beroep ongegrond;
- bevestigt de uitspraak van de Rechtbank.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Belanghebbende exploiteerde een groothandel in dieren en toebehoren en bracht in de jaren 2008 tot en met 2010 omzetbelasting in rekening. Na een boekenonderzoek en derdenonderzoek bij de vijf grootste afnemers stelde de Inspecteur naheffingsaanslagen vast wegens hogere omzet dan opgegeven. Belanghebbende betwistte de juistheid van de omzetgegevens en de volledigheid van de stukken.
Het Hof oordeelde dat de Inspecteur alle relevante stukken, waaronder de gegevens van derdenonderzoeken, had overgelegd en dat deze gegevens aannemelijk waren gemaakt. Belanghebbende had geen inhoudelijk verweer tegen de omzetgegevens gevoerd en had zelfs hogere omzet aangegeven in de inkomstenbelastingaangiften.
Verder bevestigde het Hof dat belanghebbende omzetbelasting had berekend overeenkomstig artikel 28f Wet OB 1968, waardoor de margeregeling niet van toepassing was. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank bevestigd. Het Hof wees verzoeken tot vergoeding van griffierecht en proceskosten af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank bevestigd.