Uitspraak
Afdeling strafrecht
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
's-Hertogenbosch
[naam van de verdachte] ,
1. primair:
2. primair:
1.
2.
onder 4bewezen verklaarde feit onder meer het volgende verklaard:
onder 2bewezen verklaarde feit verklaard:
onder 1bewezen verklaarde feit:
eerste vraagwaarvoor het hof zich ziet gesteld, is de vraag of de verklaringen van aangeefster als betrouwbaar moeten worden aangemerkt. Anders dan de raadsman is het hof met de advocaat-generaal van oordeel dat die vraag bevestigend moet worden beantwoord. Het hof deelt het standpunt van de advocaat-generaal en de rechtbank dat de verklaringen van aangeefster gedetailleerd en consistent zijn en daarbij steeds zulke details en observaties bevatten, dat het hof deze als betrouwbaar aanmerkt. Belangrijk is bovendien dat aangeefster de ontuchtige handelingen van verdachte plaatst in het kader van zijn geraffineerde handelwijze (het tevoren bellen van de vader van aangeefster of aangeefster met hem mee mocht) en zijn dwingende, geen tegenspraak duldende karakter, waartegen zij als jong meisje nauwelijks bestand was, terwijl die handelwijze en dat karakter door anderen worden bevestigd. Voor zover er sprake is van tegenstrijdigheden of inconsistenties in de verklaringen van aangeefster, zijn die van ondergeschikte aard en begrijpelijk gelet op de werking van het menselijke geheugen.
volgende vraagdie moet worden beantwoord, is de vraag of het wettelijk bewijsminimum is behaald. Dat bewijsminimum (de zogeheten
unus testis nullus testis-regel) voor zover neergelegd in artikel 342, tweede lid, Sv, houdt in dat het bewijs dat de verdachte een ten laste gelegd feit heeft begaan, niet uitsluitend kan worden aangenomen op de verklaring van één getuige. Het criterium dat daarbij in de jurisprudentie is aangelegd, is dat een aangifte in voldoende mate moet worden ondersteund door andere bewijsmiddelen. De vraag of aan het bewijsminimum is voldaan, laat zich niet in algemene zin beantwoorden, maar vergt een beoordeling van het concrete geval. Een scherpe grens is daarbij dus niet te trekken.
Verkrachting, meermalen gepleegd.
Verkrachting.
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
4 (vier) jaren;
€ 8.092,02 (achtduizend tweeënnegentig euro en twee cent), bestaande uit € 1.092,02 (duizend tweeënnegentig euro en twee cent) materiële schade en € 7.000,00 (zevenduizend euro) immateriële schade, en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij;
€ 8.092,02 (achtduizend tweeënnegentig euro en twee cent), bestaande uit € 1.092,02 (duizend tweeënnegentig euro en twee cent) materiële schade en € 7.000,00 (zevenduizend euro) immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door
75 (vijfenzeventig) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft;