Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
3.Geschil, alsmede standpunten en conclusies van partijen
4.Gronden
5.Beslissing
- verklaart het hoger beroep ongegrond, en
- bevestigt de uitspraak van de Rechtbank.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Belanghebbende is in hoger beroep gekomen tegen een navorderingsaanslag IB/PVV 2008, een vergrijpboete en heffingsrente die zijn opgelegd wegens niet opgegeven inkomen uit handel in drugs. De Inspecteur heeft het inkomen berekend op basis van een rapport met afgetapte telefoongesprekken, politieobservaties en verklaringen van afnemers en familie.
Het Hof stelt vast dat belanghebbende daadwerkelijk in drugs handelde en daaruit inkomen genoot in 2008, waarbij de Inspecteur het resultaat uit overige werkzaamheden voldoende aannemelijk heeft gemaakt zonder dat de omkering van de bewijslast hoeft te worden beantwoord. De berekening van het inkomen is gebaseerd op actuele drugsprijzen en observaties, en is niet te hoog vastgesteld.
De vergrijpboete van 50% wordt passend en geboden geacht omdat belanghebbende willens en wetens heeft nagelaten het inkomen op te geven. De heffingsrente blijft in stand omdat hiertegen geen afzonderlijke klachten zijn ingebracht. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de navorderingsaanslag en vergrijpboete worden bevestigd.