Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.[bouw] Bouw B.V.,
De Gemeente Heerlen,
5.Het geding in hoger beroep
6.De beoordeling
Boven in het theater zijn houten plafonds aangebracht, waarop je kan lopen (30 mm dik). Merk op dat de plafonds waarop gelopen dient te worden, zeer schuin lopen”. Deze opmerking is kennelijk de resultante van een vraag aan [werkvoorbereider van bouw] op een moment dat de inspectie door Intercession en RPS reeds was beëindigd en is strikt genomen (“op de plafonds waarop gelopen dient te worden”) juist. De vraag is echter niet gesteld tijdens de bezichtiging door Intercession en RPS van de plafonds zelf waarbij (een vertegenwoordiger van) [bouw] aanwezig was, maar nadien. Dat klemt te meer nu Intercession (veel) meer dan [bouw] op de hoogte was van de wijze waarop zij het werk wenste te verrichten en bovendien de verantwoordelijkheid jegens [bouw] op zich had genomen zorg te dragen voor een veilige uitvoering van die werkzaamheden. De door Intercession in aanwezigheid van RPS uitgevoerde inspectie vormde daar kennelijk een onderdeel van. Dat alles zou mogelijk nog anders zijn indien Intercession en/of RPS jegens [bouw] nauwkeurig zouden hebben beschreven hoe zij de werkzaamheden zouden gaan aanpakken, maar die situatie heeft zich kennelijk niet voorgedaan. Integendeel, in de hele procedure betoogt Intercession nu juist dat het helemaal niet de bedoeling was dat op de betreffende opstaande rand zou worden gelopen. Intercession had dienen te beseffen dat de kans bestond dat er door een van haar werknemers wel op dat stuk zou worden gelopen. Aldus kan het eigen falen van Intercession in redelijkheid niet op [bouw] worden afgewenteld.