Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
4.Het verloop van de procedure
- het tussenarrest van 25 november 2014;
- de akte fourneren producties van [appellante].
5.De verdere beoordeling
aanVivensis is gericht. Bovendien, zo betoogt Vivensis, houden bedoelde verzoeken ook niet in dat [appellante] zich ondubbelzinnig haar recht op nakoming voorbehoudt. Naar haar voornemen, destijds vermeld in de brief van 15 december 2011, om een kennelijk onredelijk ontslag procedure te beginnen, is door [appellante] niet meer verwezen.
[appellante] is voornemens om een procedure wegens kennelijk onredelijk ontslag aanhangig te maken”, welke mededeling niet is betwist, terwijl Vivensis evenmin heeft aangevoerd dat zij niet (tijdig) een kopie van bedoeld verzoekschrift met daarin voornoemde mededeling heeft ontvangen, een voldoende duidelijke - ondubbelzinnige - waarschuwing aan Vivensis inhoudt dat zij rekening moet houden met de mogelijkheid dat de vordering van [appellante] inzake kennelijk onredelijk ontslag nog geldend wordt gemaakt, en de verjaring derhalve tijdig is gestuit.