Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
4.Gronden
5.Beslissing
bevestigtde uitspraak van de Rechtbank.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Belanghebbende, woonachtig in Nederland, werkte aanvankelijk uitsluitend in België en was sociaal verzekerd in België volgens EU Verordening 1408/71. In 2010 verrichtte hij ook werkzaamheden in Nederland, waardoor hij sociaal verzekerd werd in Nederland en de belastingheffing werd verdeeld over beide landen volgens het nieuwe verdrag met België uit 2001.
Belanghebbende vorderde een bijzondere compensatie voor de vermeende inkomensachteruitgang door het vervallen van de oude grensarbeidersregeling uit het verdrag van 1970. De compensatie wordt berekend als het verschil tussen de belasting en premies verschuldigd onder het nieuwe verdrag (bedrag N) en het oude verdrag (bedrag O).
Het hof stelde vast dat belanghebbende ten onrechte de in Nederland verschuldigde sociale premies niet meerekende in bedrag O, waardoor hij zijn situatie onjuist vergeleek met zijn oude situatie van uitsluitend werken in België. Het nieuwe bedrag N was lager dan bedrag O, waardoor geen recht op bijzondere compensatie bestaat.
Het hof verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Tevens wees het hof het verzoek tot vergoeding van griffierecht af en veroordeelde partijen niet in proceskosten.
Uitkomst: Het hof verklaart het hoger beroep ongegrond en bevestigt de uitspraak van de rechtbank dat geen recht bestaat op bijzondere compensatie.