Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
3.Geschil, alsmede standpunten en conclusies van partijen
4.Gronden
5.Beslissing
bevestigtde uitspraak van de Rechtbank.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Belanghebbende is een Spaanse rechtspersoon die belegt in Nederlandse beursfondsen en dividendbelasting van 25% wordt ingehouden op haar dividenden. De Nederlandse inspecteur verleende op grond van het verdrag Nederland-Spanje een teruggaaf van 10%, maar weigerde de resterende dividendbelasting terug te geven. Belanghebbende stelde dat deze resterende belasting een eindheffing vormt en daarmee in strijd is met het vrije kapitaalverkeer onder het EG-recht.
De rechtbank wees het beroep van belanghebbende af en het hof bevestigt deze uitspraak. Het hof overwoog dat het EG-recht niet vereist dat Nederland terugtreedt om te voorkomen dat dividendbelasting voor buitenlandse aandeelhouders een eindheffing vormt, vooral omdat binnenlandse aandeelhouders of in Nederland gevestigde lichamen die niet vennootschapsbelastingplichtig zijn, recht hebben op teruggaaf of verrekening van dividendbelasting.
De Hoge Raad stelde een prejudiciële vraag aan het HvJ EU over de wijze van vergelijking tussen binnenlandse en buitenlandse aandeelhouders. Het hof concludeert dat ongeacht de beantwoording van deze vraag, in dit geval geen strijd met het EG-recht aanwezig is. Belanghebbende heeft niet aannemelijk gemaakt dat zij zwaarder wordt belast dan vergelijkbare binnenlandse belastingplichtigen.
Het hof wijst ook het verzoek om rentevergoeding af en bevestigt de eerdere uitspraak van de rechtbank. Er is geen aanleiding voor vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: Het hof bevestigt dat belanghebbende geen recht heeft op teruggaaf van dividendbelasting en wijst het hoger beroep af.