Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaaknummer/rolnummer C/04/122227/HA ZA 13-118)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- een akte uitlating comparitie na aanbrengen van de gemeente van 22 juli 2014;
- een akte uitlating comparitie na aanbrengen van [geïntimeerde] van 22 juli 2014;
- de memorie van grieven van 30 september 2014 met twee producties (13 en 14);
- de memorie van antwoord van 9 december 2014 met vijf producties (7 t/m 11);
- de akte uitlating, tevens in het geding brengen van producties van de gemeente van 20 januari 2015 met twee producties (15 en 16);
- een H16 formulier, ter griffie van het hof binnengekomen op 9 juni 2015, waarbij [geïntimeerde] drie producties heeft toegezonden (13 t/m 15)
- het pleidooi op 25 juni 2015, waarbij partijen pleitnotities hebben overgelegd en de hiervoor genoemde, op voorhand toegezonden producties 13 tot en met 15 van [geïntimeerde] aan de processtukken zijn toegevoegd. Tevens zijn toen 18 foto’s overgelegd door de gemeente en aan de processtukken toegevoegd. Namens de gemeente heeft mr. L. Bakx-van Rooij, kantoorgenote van mr. M.G.G. van Nisselroij, gepleit.
3.De beoordeling
(…) Na uitvoering van een kapmelding ingevolge de Boswet heeft de agrariër(hof: [geïntimeerde] )
de bomen op het gehele perceel gekapt. Dit is echter gebeurd zonder een aanlegvergunning van de gemeente die hiervoor nodig was volgens het bestemmingsplan Buitengebied. Hierdoor is een verplichting tot compensatie van bos en natuur ontstaan voor de agrariër.
Onderwerp: Ingebrekestelling
Het bosplantsoen zal tussen de kerstbomen gepoot worden. De kerstbomen zijn in oktober 2011 met pot op dit perceel gezet om met hun parapluwerking het onkruid te onderdrukken. Deze kerstbomen zijn over 3 jaar (2014) allemaal weggeoogst, zodat het bosplantsoen snel dicht zal groeien en de onkruiddruk praktisch nihil wordt. (…)
Over het verzoek om een aantal jaren kerstbomen in de compensatie bospercelen te laten staan, geven we een negatief advies. Dit verzoek maakt geen deel uit van de (…) overeenkomst. Doel van de (…) overeenkomst is op korte termijn de drie jaar geleden gekapte bospercelen te compenseren. (…) niet het doel om de percelen te gebruiken als kweekgoed. De kerstbomen zijn niet inheems en daarom in strijd met de (…) overeenkomst. Daarnaast is de plaatsing van kerstbomen (…) ongeschikt voor onkruidbestrijding. (…) dat deze kerstbomen op 31 maart moeten zijn verwijderd. Als de kerstbomen dan niet zijn verwijderd gaat vanwege de strijd met de (…) overeenkomst de boete in van € 200,00 per dag (…).”
goede cultuurmaatregel”zijn voor het onderhoud van de natuurbestemming. [geïntimeerde] schrijft voorts: “
Het is voor ons “not done” om dit perceel in het onkruid (met name distels) te laten schieten omdat wij langs 3 zijden van dit perceel hoogwaardig gekwalificeerd uitgangsmateriaal produceren, wat absoluut onkruidvrij dient te zijn.”
Gelet op de wijze waarop dit(hof: het plaatsen van de kerstbomen)
is gebeurd kan dit niet worden beschouwd als doelmatige wijze van onkruidbestrijding. De ruimte tussen de potten/bomen is zodanig dat er slechts van een vermeende parapluwerking sprake is. Er is nog ruim voldoende plaats tussen de rijen bomen zodat onkruid veel ruimte heeft zich te ontwikkelen (…). Grote delen van de percelen vallen niet onder de schaduw van de fijnsparren. Daarnaast zijn er op de percelen brede werkpaden die niet ingeplant zijn (…)
natuurontwikkeling en/of ontwikkeling van een natuurgebied” (cva 2.30).
hoogwaardig gekwalificeerd uitgangsmateriaal” (zij noemde bij pleidooi aardbeien en lelies) produceert (zie ook de brief van [geïntimeerde] van 29 maart 2012; r.o. 3.1.7).
nietin die overeenkomst is opgenomen.
andere boom- en struiksoorten zijnde niet inheems” heeft de gemeente niets gesteld. Het hof zal dit onderdeel daarom niet in de veroordeling betrekken.