Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
3.Geschil, alsmede standpunten en conclusies van partijen
4.Gronden
- een netto kasstroom van € 30.500, resulterend in een contante waarde, na toepassing van de correctie van € 36.033 (zie onder 2.18) van € 334.202;
- een disconteringsvoet van 5,9%;
- afschrijvingspercentages van 2%, 3% en 5%;
- inflatiecorrecties van 1,4% en 2,5%; en
- een voortzettingstermijn van 15 jaar.
5.Beslissing
- verklaart het hoger beroep gegrond;
- vernietigt de uitspraak van de Rechtbank, doch enkel voor wat betreft de beslissing omtrent de hoogte van de conserverende navorderingsaanslag;
- vermindert de conserverende navorderingsaanslag tot een conserverende navorderingsaanslag berekend naar een belaste geconserveerde waarde van € 93.024;
- gelast dat de Staat aan belanghebbende het door deze ter zake van de behandeling van het hoger beroep bij Gerechtshof Leeuwarden betaalde griffierecht ten bedrage van € 112 vergoedt;
- veroordeelt de Inspecteur in de kosten van het geding bij Gerechtshof Leeuwarden alsmede bij dit Hof aan de zijde van belanghebbende, vastgesteld op in totaal € 1.960.