Uitspraak
5.Het tussenarrest van 25 september 2014
6.De verdere loop van de procedure
7.De beoordeling
8.De uitspraak
20 juni 2016;
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
In deze civiele zaak heeft het Gerechtshof 's-Hertogenbosch op 23 april 2015 uitspraak gedaan over de verlenging van de wettelijke schuldsaneringsregeling van appellant. Het hof had eerder een tussenarrest gewezen waarin het de behandeling had aangehouden in afwachting van een prejudiciële beslissing van de Hoge Raad over de mogelijkheid van verlenging na afloop van de reguliere termijn.
Na het arrest van de Hoge Raad van 10 oktober 2014 heeft het hof vastgesteld dat verlenging van de schuldsaneringstermijn ook mogelijk is nadat de wettelijke termijn van drie jaar is verstreken. Het hof nam kennis van de inspanningen van appellant om zijn schulden af te lossen en van de mededelingen van de bewindvoerder.
Het hof oordeelde dat de looptijd van de schuldsaneringsregeling verlengd kan worden tot en met 20 juni 2016, waarbij alle verplichtingen uit de regeling onverminderd van kracht blijven. De boedelafdracht zal eerst worden ingezet voor het inlopen van de boedelachterstand en nieuwe schulden, waarna deze weer wordt ingezet voor de overige schuldenlast. Het verzoek tot een kortere verlenging werd afgewezen vanwege de omvang van de schulden en tekortkomingen.
Uitkomst: De wettelijke schuldsaneringsregeling van appellant wordt verlengd tot en met 20 juni 2016 met onverminderde verplichtingen.