Uitspraak
- het ontnemingsdossier op 17 februari 2009 werd gesloten;
- de ontnemingsvordering eerst op 2 november 2011 aanhangig werd gemaakt tegen de zitting van 8 december 2012, terwijl deze zitting vanwege proceseconomische redenen een pro forma-karakter had.
- het in strijd is met het stelsel van de ontnemingswetgeving en het vertrouwensbeginsel om na ommekomst van de in artikel 511b, eerste lid, Sv bedoelde termijn van twee jaren de ontnemingsvordering te verhogen;
- de vermeerdering van eis kon plaatsvinden doordat de ontnemingsvordering niet zo spoedig mogelijk aanhangig is gemaakt;
- de in het strafrechtelijk onderzoek onder [medeveroordeelde 2] in beslag genomen MDMA-pillen en het onderzoek naar het gehalte van de werkzame stof MDMA in deze pillen, niet dienstbaar kunnen zijn aan de gestelde vermeerdering van eis.
- medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 aanhef Pro en onder B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd;
- als leider deelnemen aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven, namelijk overtreding van artikel 2 onder Pro A en/of B en/of C van de Opiumwet en van artikel 13 van Pro de Wet bodembescherming en artikel 10 van Pro de Wet milieubeheer.
- medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 aanhef Pro en onder B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd in de periode van 1 juni 2004 tot en met 30 mei 2006 te Liessel en/of Hechtel-Eksel (bewezen verklaard onder 4.);
- als leider deelnemen aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven, namelijk overtreding van artikel 2 onder Pro A en/of B en/of C van de Opiumwet en van artikel 13 van Pro de Wet bodembescherming en artikel 10 van Pro de Wet milieubeheer, in de periode van 1 februari 2004 tot en met 30 mei 2006 (bewezen verklaard onder 7.).
van
Datum en tijd
van
Datum en tijd
kilogram
Hechtel-Eksel werd geproduceerd van omstreeks juli 2004 tot en met juli 2005.
- in de periode juli 2004 – november 2004 3.410 kilo MDMA en
- in de periode september 2005 – maart 2006 500 kilo MDMA
19 weken / 3 weken x € 2000,-
- Een contant geldbedrag van 10.000 euro.
- Diverse kwitanties en facturen welke volgens zijn vriendin [getuige] door [medeveroordeelde 7] zijn betaald.
- “Ik heb sinds 1980 een WAO uitkering.”
- “In de kast ligt een pak geld. Dat geld is van [medeveroordeelde 7]”.
- “De briljanten ring en oorsieraad heb ik zomaar van hem gekregen. De fietstrainer heeft ie vorige week voor me gekocht. Voorts zijn alle facturen in de door u getoonde map '[bedrijf]' afkomstig uit mijn kast, betaald door [medeveroordeelde 7]”.
- “Zowel voor de kosten voor het stukadoren en het schilderen van mijn woning als voor die voor de aanleg voor de tuin heb ik nooit een rekening ontvangen. [medeveroordeelde 7] heeft voor alle kosten zorg gedragen.”
- “Het enige wat [medeveroordeelde 7] wel eens nam als hij gedronken had was een snuifje cocaïne.”
factuur
E. Hoeveelheid geproduceerd MDMA-poeder
3.910 kilogram MDMAheeft geproduceerd, te weten: 3.410 kilogram in Hechtel-Eksel en 500 kilogram in Liessel.
F. Hoeveelheid geproduceerde xtc-pillen
- uit het voorhanden dossier niet kan blijken dat de criminele organisatie het door haar geproduceerde MDMA-poeder zelf heeft getabletteerd;
- [medeveroordeelde 2] als getuige niets kon zeggen over de herkomst van de bij hem aangetroffen xtc-pillen.
xtc-pillen zij vervolgens heeft verkocht.
(55.857.142 - 242.115 =)
55.615.027 xtc-pillen.
G. Brutowinst
xtc-pil bedroeg. Voorts leidt het hof uit de gebezigde bewijsmiddelen af dat de gemiddelde kostprijs € 0,15 per xtc-pil bedroeg. Gelet hierop bedroeg de brutowinst per xtc-pil
(€ 0,57 - € 0,15 =)
€ 0,42.
€ 23.358.311,34.
H. Loonkosten
[medeveroordeelde 5], [medeveroordeelde 6], [medeveroordeelde 3] en [medeveroordeelde 2] een vergoeding hebben ontvangen voor hun werkzaamheden op de productielocaties in Hechtel-Eksel en Liessel. Op grond van de gebezigde bewijsmiddelen schat het hof deze vergoeding op de volgende bedragen:
- in de periode van 1 april 2005 tot eind augustus 2006 diverse contante uitgaven heeft gedaan tot een totaalbedrag van € 59.455,09;
- in de onderhavige periode cocaïne gebruikte, terwijl het hof aannemelijk acht dat dit cocaïnegebruik voor hem aanzienlijke uitgaven met zich heeft gebracht;
- een contant bedrag van € 10.000,00 in de woning van zijn vriendin had liggen;
- heeft verklaard dat hij eenmaal € 25.000,00 en één of twee maal € 5.000 heeft gekregen voor zijn productiewerkzaamheden in het laboratorium in Hechtel-Eksel.
€ 203.958,00.
€ 53.000,00.
J. Nettowinst
€ 23.101.353,34.
K. Voordeel uit besparing van kosten
L. Verdeling
M. Hoogte van het wederrechtelijk verkregen voordeel
€ 11.550.676,67.
- een woonwagen;
- een achter de woonwagen gelegen loods;
- de inventaris van de woonwagen;
- geldbedragen;
- een motor;
- een scooter;
- twee aanhangwagens;
- twee quads;
- twee personenauto’s;
- sieraden.
(€ 11.550.676,67 - € 375.000,00 - € 5.000,00 =)
€ 11.170.676,67de verplichting opleggen tot betaling aan de staat.
BESLISSING
€ 11.550.676,67 (elfmiljoen vijfhonderdvijftigduizend zeshonderdzesenzeventig euro en zevenenzestig cent).
betaling aan de Staatter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel van een bedrag van
€ 11.170.676,67 (elfmiljoen honderdzeventigduizend zeshonderdzesenzeventig euro en zevenenzestig cent).