Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Achmea Schadeverzekeringen N.V.,gevestigd te [vestigingsplaats 2],hierna aan te duiden als “Achmea”,
[Aannemersbedrijf] Aannemersbedrijf B.V.,
wonende te [vestigingsplaats 3],
hierna aan te duiden als “[Aannemersbedrijf]”,
1.Het geding in eerste aanleg (zaaknummer C/01/249927/ HA ZA 12-639)
2.Het geding in hoger beroep
3.De beoordeling
a) Niet voor vergoeding in aanmerking komt bedrijfsschade (bedrijfsstoring, liggelden en andere onkosten, derving van inkomsten en dergelijke), door welke oorzaak ook ontstaan. Opdrachtgever dient zich desgewenst tegen deze schade te verzekeren.
’s-Hertogenbosch tot de slotsom dat de oorzaak van het instorten van het dak – samengevat – gelegen was in een ondeugdelijke dakconstructie.
“(…), dat de aard van de schade in haar verschillende schadecomponenten in dit stadium onvoldoende uit de verf is gekomen. Voor de vrijwaring heeft dat tot gevolg dat niet vastgesteld kan worden welke schadecomponenten wegens de schadebeperking van de MUV(hof: Metaalunievoorwaarden)
niet voor vergoeding in aanmerking komen, en welke wel. Bovendien heeft ND Aannemersbedrijf(hof: [Aannemersbedrijf])
niet bestreden dat de directe schade door [Staalbouw] Staalbouw(hof: [Staalbouw])
materieel is vergoed of tenminste grotendeels is vergoed. Dat doet de vraag rijzen welke schade nog wel door [Staalbouw] Staalbouw zou moeten worden vergoed. De rechtbank vindt in een en ander grond om de vrijwaring inhoudelijk van de hoofdzaak af te splitsen en partijen in de vrijwaringszaak naar de schadestaat te verwijzen.”. Dit vonnis is inmiddels in kracht van gewijsde gegaan en de daarin opgenomen beslissingen hebben tussen partijen gezag van gewijsde.
(€ 397.057,69 + 56.722,53, zie hierboven onder d. en e.) op [Aannemersbedrijf] hebben verhaald.
lid 1 van de Metaalunievoorwaarden bevat en dat dit vonnis deze uitleg juist aan de rechter in de schadestaatprocedure heeft overgelaten, die vervolgens op goede gronden heeft beslist over de reikwijdte van dit artikel.
“nog wel”– hetgeen het hof niet anders kan lezen dan als
“nog meer”– door [Staalbouw] zou moeten worden vergoed, maar de direct daarop volgende overweging dat de rechtbank daarin – en in het feit dat de verschillende schadecomponenten onvoldoende uit de verf zijn gekomen – grond vindt om partijen naar de schadestaat te verwijzen, geeft aan dat de rechtbank zich niet nader heeft gebogen over de exacte reikwijdte van artikel 13 lid 1 van Pro de Metaalunievoorwaarden. Slechts in het dictum van het vonnis van 27 april 2011 heeft de rechtbank een beperking opgenomen in die zin dat
“bedrijfsschade en andere gevolgschade”is uitgesloten. Het dictum moet echter worden uitgelegd in het licht en met inachtneming van de overwegingen welke tot de beslissing hebben geleid.
4.De uitspraak
€ 1.290,- aan salaris advocaat en voor wat betreft de nakosten op € 131,- indien geen betekening plaatsvindt dan wel op € 199,- vermeerderd met de explootkosten indien niet binnen veertien dagen na de datum van dit arrest is voldaan aan de bij dit arrest uitgesproken veroordeling en betekening van dit arrest heeft plaatsgevonden en bepaalt dat deze bedragen binnen veertien dagen na de dag van deze uitspraak moeten zijn voldaan, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro vanaf het einde van voormelde termijn tot aan de dag der voldoening;