Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.[X.&Y.] VASTGOED B.V.,
2. [X.] & PARTNERS B.V.,
3. [X.],
4. [Y.],
5. [Z.],
6. STICHTING [straatnaam][huisnummers],
1.Het geding in eerste aanleg (zaaknr. 216841/HA ZA 10-541)
2.Het geding in hoger beroep
3.De gronden van het hoger beroep
4.De beoordeling
ter verbouwingvan het bedrijfspand. Ook uit uw schrijven van 5 oktober jl. volgt dat het betreffende project gaat over de
verbouwvan het pand. Sterker nog in uw eigen brief wordt ook nergens gesproken over nieuwbouw in de ruimste zin des woords. Derhalve handhaaf ik hieromtrent dan ook mijn standpunt en refereer ik naar de opmerkingen zoals gemaakt door mijn advocaat.
maandag 12 oktober a.s. vóór 12.00 uuruw reactie hieromtrent kenbaar te maken. Indien u niet voor de hiervoor gestelde termijn reageert behoud ik mij namens [X.&Y.] Vastgoed B.V. alle rechten voor (…)”
ter verbouwingvan het bedrijfspand. Tevens wil ik u er nogmaals op wijzen dat ook uit uw schrijven van 5 oktober jl. volgt dat het betreffende project gaat over de
verbouwvan het pand. (…..) Daar komt bij dat u, in strijd met de gemaakte afspraken, op 16 oktober jl., in een e-mail aan de notaris, mevrouw Hartlief, kenbaar hebt gemaakt hetgeen tussen ons besproken zou zijn inzake eventuele saneringskosten. Echter ook deze formulering was wederom niet correct door u doorgegeven. Ik heb u hierop ook gewezen in mijn e-mail van 16 oktober jl. Derhalve ga ik er nog steeds van uit dat het betreffende artikel conform afspraak opgenomen zal worden.
naar aanleiding van(cursivering rechtbank) haar aanbod van 5 oktober 2009 en dat het verweer van [X.&Y.] dat de brief van 5 oktober 2009 niet kan worden aangemerkt als een aanbod in de zin van artikel 6:217 BW Pro jo 6:227 BW dat door aanvaarding een overeenkomst tot stand brengt, behoort te worden verworpen.